MAKEN JOUW KINDEREN VAAK RUZIE? ZO GA JE ERMEE OM!

Elke ouder met twee of meer kinderen kent het fenomeen; ruzie tussen broers en/of zussen. Zeker als ze zich regelmatig in de haren vliegen, kan dit best vermoeiend zijn. Waarschijnlijk zou je de ruzies daarom het liefst voorkomen. Dat hoeft echter niet! Ruzie maken hoort bij de ontwikkeling en is erg leerzaam voor kinderen. Wat wél belangrijk is, is dat je kinderen leren hoe ze met conflicten kunnen omgaan (zodat deze minder heftig verlopen). En dat ze leren hoe ze ruzies samen kunnen oplossen. Deze tips kunnen je daarbij helpen!

Tip 1: Ruzie mag er zijn!

Thuis is een veilige plek voor kinderen om te oefenen in het opkomen voor hun belangen. Vriendjes en vriendinnetjes kun je na een ruzie immers kwijtraken, maar broertjes en zusjes blijven! In deze ‘veiligheid’ is er dus alle ruimte om te leren voor jezelf op te komen, een ruzie uit te lokken en ook weer op te lossen. Door gevoelens te uiten, zich in te leven in de ander en compromissen te sluiten. Als je dit weet als ouder, wordt het wellicht makkelijk om bij een volgende ruzie niet direct te zeggen ‘hou op met dat geschreeuw’. Want daarmee is de herrie wellicht wel voorbij, maar het conflict niet opgelost en je kinderen hebben niets geleerd!

Tip 2: Laat het ze zelf oplossen

Geef je kinderen dus de kans om een ruzie zelf op te lossen. Want dan pas kunnen ze iets leren van ruzie! Bovendien kan ruzie maken onbewust een manier van aandacht vragen worden, als jij je als ouder steeds bemoeit met de ruzies tussen de kinderen. Haal de kinderen dus niet direct uit elkaar en probeer geen scheidsrechter te spelen of partij te kiezen. Tenzij er sprake is van agressie natuurlijk! Of als je een ruzie heel duidelijk ziet aankomen, doordat de jongste bijvoorbeeld richting de blokkentoren van de oudste loopt. Dan is het wel goed om in te grijpen om ruzie te voorkomen! Als je merkt dat je kinderen het nog lastig vinden om zelf tot een oplossing te komen, kun je ze hierin begeleiden (zie tip 2 en 3).

Tip 3: Ga niet op zoek naar de dader

Ga je je als ouder toch bemoeien met de ruzie van je kinderen? Focus dan op de oplossing in plaats van op wie de schuldige is! Vaak is het toch niet meer te achterhalen wat er nu precies is gebeurd. Als je gaat proberen helder te krijgen wie de ‘dader’ en het ‘slachtoffer’ is, versterk je vaak de strijd. Door partij te kiezen en één van de kinderen aan te spreken, bijvoorbeeld de oudste omdat hij/zij beter zou moeten weten of de jongste omdat hij/zij uit frustratie agressie heeft gebruikt, komt dit kind met extra boosheid te zitten. Hierdoor zal de ruzie enkel toenemen. Bovendien kan één kind het gevoel krijgen dat je meer van z’n broertje of zusje houdt. Ook al zeg je dat dit niet zo is, zo voelen kinderen het. Omdat je in zijn beleving vaker de kant van de ander kiest.

Tip 4: Focus op de oplossing

In plaats van het benoemen van een ‘dader’ en een ‘slachtoffer’ is het beter stil te staan bij de behoeftes van beide kinderen. Laat beide kinderen vertellen wat er is gebeurd. Leer ze daarbij om hun eigen gevoelens en behoeften duidelijk te maken. Ook is het belangrijk ze te leren naar elkaar te luisteren. Vraag ze vervolgens een oplossing te bedenken (bijv. ‘hoe kunnen jullie nu weer samen verder spelen?’). Check bij beide kinderen of de gevonden oplossing oké is en sluit positief af. Bij wat oudere kinderen kun je in een dergelijk gesprek ook kijken naar hoe ze in de toekomst met dit soort situaties willen omgaan. Of hoe ze kunnen voorkomen dat dit opnieuw gebeurt.

Bij jongere kinderen heb je als ouder een meer actieve rol in het verwoorden van zaken. Begin met de gevoelens van je kind te erkennen. Bijvoorbeeld ‘je wilde graag dat je broer zou stoppen met stoeien. Daarom heb je hem geslagen. Vervolgens kun je een grens stellen: ‘maar slaan mag niet, want dat doet pijn’. En je kind een alternatief aanreiken. De volgende keer kun je tegen je broer zeggen ‘stop daarmee, ik vind het niet meer leuk’.

Tip 5: Voorkom ruzies door individuele aandacht en waardering

Elk kind heeft de behoefte om speciaal te zijn voor z’n ouders. Als je zegt dat je evenveel van zijn of haar broertje of zusje houdt, kan dat voor je kind niet genoeg zijn. Beter dus je kinderen de boodschap mee te geven dat je van elk kind houdt op een eigen, speciale manier. Daarmee geef je je kinderen het gevoel dat ze geliefd zijn om wie ze zijn. En daardoor zullen ze waarschijnlijk ook minder snel jaloers worden op elkaar. Want vaak speelt jaloezie een rol bij ruzie tussen broertjes en zusjes. En juist jaloezie leidt vaak tot slaan, duwen en schoppen omdat het gevoel van jaloezie heel moeilijk onder woorden te brengen is. Daarom is het ook goed te investeren in de relatie die je met elk kind afzonderlijk hebt. Geef elk kind regelmatig een moment van individuele aandacht. Daarmee geef je je kind als het ware de boodschap: ‘er is meer dan genoeg voor jou, ongeacht wat je broer of zus krijgt.

We hopen dat deze tips je geholpen hebben. Wil je meer weten of heb je nog vragen? Chat met ons! We denken graag met je mee.

MEER INFORMATIE