“KINDEREN MET DYSLEXIE ZIJN NIET DOM!” – ERVARINGSVERHAAL

In gesprek met Thijs (9 jaar)
In gesprek met Thijs (9 jaar)en zijn moeder Inge

Thijs is 9 jaar en heeft moeite met lezen, omdat hij dyslexie heeft. Sinds januari komt hij daarom elke week een uurtje ‘oefenen’ bij het RID. Thijs wil ons graag vertellen over zijn dyslexie; “zodat ik andere mensen kan laten weten dat kinderen met dyslexie niet dom zijn!”. En dom is Thijs inderdaad zeker niet! Hij is een vrolijk en bijdehand ‘menneke’ dat al rondjes draaiend op de grote bureaustoel eigenlijk toch liever mopjes vertelt, dan moeilijke vragen beantwoordt! Zo’n interview is natuurlijk toch ook best wel een beetje spannend… Maar gelukkig kan zijn moeder Inge wat helpen bij het vertellen van het verhaal!

Dat komt nog wel…

“Toen Thijs in groep 3 zat, merkten we dat hij geen interesse had in lezen. Nu was (en is) Thijs een kind dat heel graag speelt. Dus in eerste instantie dachten wij ‘dat komt nog wel’. Maar het plezier in lezen kwam er niet en hij bleef ook achter op ‘tempo lezen’. Kinderen moeten dan binnen een minuut zoveel mogelijk woordjes lezen. Waar andere kinderen na verloop van tijd een hele bladzijde konden lezen, bleef Thijs steken bij 7 woordjes. Het verbaasde ons eigenlijk ook wel dat hij hier zo op uitviel. In groep 1 en 2 had hij prima gefunctioneerd en wij hadden de indruk dat hij intelligent genoeg was…”.

Oefening baart kunst?

“In eerste instantie zijn we vanwege dat lezen bij een logopediste terecht gekomen. Het advies was ‘oefenen, oefenen en nog eens oefenen’. En dat leidde thuis steeds tot frustraties bij hem, maar ook bij ons als ouders. Hij had er namelijk nooit zin in, hakkelde en stoeide met alle woorden. Wij dachten dan ‘je bent je niet aan het concentreren’ en zeiden dan tegen hem ‘kom op, wel een beetje inzet tonen!’. Later denk je ‘wel vreemd dat er helemaal geen vooruitgang komt’. En ondertussen had hij steeds meer weerstand gekregen om te oefenen met lezen, of om zich eens te verdiepen in een boekje…”.

Laat

“In groep 3 werd wel al eens genoemd dat er misschien sprake kon zijn van dyslexie, maar in hun aanpak veranderde weinig. Pas toen Thijs halverwege groep 5 zat, zijn we bij het RID terecht gekomen. Het RID kan de diagnose dyslexie ook pas stellen als kinderen ongeveer twee leesjaren gehad hebben. Toen Thijs hier startte, begin januari, zat hij qua leesniveau nog op midden groep 3! Ik vind het dan ook heel jammer dat er in groep 3 en 4 eigenlijk bijna niks mee gedaan is. Want in die twee jaar heeft Thijs een enorme leesdrempel en achterstand opgebouwd. Terwijl hij nu in die paar maanden tijd zijn achterstand heeft kunnen inlopen tot begin groep 5.”

Gefrustreerd

“Wat ik ook lastig vond als moeder, is dat je ziet dat je kind onzeker wordt. Je ziet hem denken ‘ik ben dom, want ik kan niet lezen en andere kindjes wel’ en dat dat zijn zelfbeeld aantast. Wanneer we Thijs zelf vragen of hij zich nog kan herinneren hoe dat voor hem was in groep 3, noemt hij dat andere kinderen een leesdiploma kregen, en hij niet. Ook weet hij nog dat hij het niet leuk vond hardop te moeten voorlezen in de klas. Moeder Inge vult aan: “Toen begin dit jaar duidelijk werd dat hij dyslexie heeft, schaamde hij zich er ook voor. Hij wilde niet dat zijn klasgenootjes het zouden weten.” Inmiddels heeft Thijs wel aan zijn klas uitgelegd dat hij dyslexie heeft en wat dat betekent. Desgevraagd geeft Thijs aan dat de kinderen hem daar gelukkig nooit mee hebben gepest.

Terug naar het begin

“Wat ik goed vind aan de behandeling bij het RID is dat ze helemaal teruggaan naar het begin, naar de klanken. En dat ze zich aanpassen aan het niveau van het kind. Op school is daar tegenwoordig gewoon de tijd niet meer voor. Leerkrachten hebben hun standaardprogramma en moeten door. Voor kinderen met dyslexie, die veel meer tijd nodig hebben, is het dan echt nog abracadabra. Bij het RID heeft Thijs spelenderwijs allerlei regeltjes geleerd, die hem helpen met spellen. Bijvoorbeeld als er een korte klank komt voor de ch/g-klank gevolgd door een /t/, dan gebruik je de ‘ch’ in plaats van een ‘g’. “Behalve bij de woorden zegt, legt en ligt, voegt Thijs er razendsnel aan toe”.

Best veel…

Kinderen die in begeleiding zijn bij het RID volgen een traject van ongeveer 60 lessen en moeten daarnaast vijf keer per week 20 minuten thuis oefenen. “Hij komt hier elke week met plezier naartoe, maar het huiswerk vindt ie maar niks!”, vertelt moeder Inge. En dat is natuurlijk ook best veel voor een 9-jarige. Naast huiswerk, hobby’s en sociale contacten. Thijs mag daarom zelf kiezen met welke oefening hij wil beginnen. Thijs legt uit: “eerst de moeilijke en dan als laatste de leukste en makkelijkste!”. Moeder Inge vult aan: “ik zie toch ook wel dat hij er zelf ook voldoening uit haalt als hij op dag vijf merkt, dat die moeilijke oefening veel beter gaat dan op de eerste dag”.

Anders dan de rest

Nu bekend is dat Thijs dyslexie heeft, leest de juf bij toetsen de vraag voor aan Thijs. “Door al de regels die Thijs in zijn hoofd heeft, kost het lezen van de vragen hem zoveel moeite, dat hij geen tijd meer heeft voor de beantwoording.”, aldus moeder Inge. Vanuit het RID kregen we de tip om met de juf af te spreken dat Thijs niet onverwacht de beurt krijgt om iets voor te lezen. Tenzij hij zelf zijn vinger opsteekt. Dit hebben we uiteindelijk toch niet gedaan. Want voor Thijs zijn dit soort afspraken, hoewel ze bedoeld zijn om hem te helpen, niet altijd fijn. Omdat het niet leuk is om anders te zijn. Daarom zegt Thijs bij een toets soms ook dat hij het eerst zelf wil proberen. Wij als ouders vinden het ook belangrijk dat Thijs gewoon mee doet met alles en dat dyslexie door zijn klasgenootjes als ‘normaal’ wordt beschouwd. Iedereen mag anders zijn en hulp nodig hebben is onze visie. Gevraagd wat Thijs – als hij op een dag wakker zou worden zonder dyslexie – het leukste verschil met nu zou vinden, antwoordt hij: “dat ik dan Suske & Wiske kan lezen!”.

Tips voor andere ouders

Of Thijs en zijn moeder nog tips hebben voor andere ouders van kinderen die moeite hebben met lezen? Nou en of! Thijs zou tegen andere ouders willen zeggen dat ze geen kort lontje moeten hebben en rustig moeten blijven. En dat het goed is om andere kinderen op school te vertellen wat je hebt. Want als ze niet weten wat het is, gaan ze je misschien eerder pesten. De moeder van Thijs wil andere ouders meegeven dat het belangrijk is de leesproblemen te bespreken met school. Vervolgens kun je in samenspraak met school bij bijvoorbeeld het RID informatie over extra ondersteuning of dyslexie inwinnen.

MEER INFORMATIE