PLEEGMOEDER CARRIE: ‘HET IS EEN STUK ONVOORWAARDELIJKE LIEFDE, DIE JE KRIJGT …’

In gesprek met pleegmoeder Carrie uit Eijsden-Margraten
In gesprek met pleegmoeder Carrie uit Eijsden-MargratenMoeder van vier pleegkinderen en drie eigen kinderen

In het kader van de Week van de Pleegzorg 2016, zijn we op bezoek bij pleegmoeder Carrie in Eijsden-Margraten. Het eerste wat opvalt, is de grote vierkante eetkamertafel met wel 10 stoelen. Hier wonen veel kinderen zo te zien! Carrie vertelt dat ze zeven kinderen heeft; drie eigen kinderen van 24, 22 en 20 jaar oud en vier pleegkinderen. Twee meisjes en een jongen van 11 jaar en sinds een paar maanden woont ook het halfbroertje van een van de pleegdochters in het gezin. Hij is acht maanden oud. Van de eigen kinderen wonen er twee inmiddels niet meer thuis.

Vakantiefoto van Carrie en haar man. Met hun vier pleegkinderen, de twee pleegkinderen Carrie’s zus en het oppaskind. Ohja, en de hond!

Hoe het begon…

“Ongeveer tien jaar geleden had onze middelste een keer een briefje bij zich ‘crisispleegouders gezocht’. We dachten toen heel idealistisch ‘oh, dat is leuk! Dan kan zo’n kindje een tijd bij ons wonen en dan gaat ie weer terug naar zijn eigen ouders en zijn wij weer een tijdje met ons vijven en dan komt er weer eens een ander kindje’.

Het eerste kind dat vanuit een crisis bij ons geplaatst werd, is uiteindelijk negen maanden gebleven. Toen hij weg ging, was het net alsof er iemand dood was. Het hele gezin huilde en was verdrietig. Ik heb toen meteen met pleegzorg gebeld en gezegd dat we perspectief biedend pleeggezin* wilden worden (* = langdurende pleegzorg). Onze jongste pleegdochter, die op dat moment ook als crisisplaatsing bij ons verbleef, woont daardoor nu al bijna tien jaar bij ons! Die andere twee zijn later gekomen, maar wonen inmiddels ook alweer negen en zeven jaar in ons gezin”.

Is het gezin nu compleet?

“Ik zeg steeds dat er geen pleegkinderen meer bij komen, maar als ze me dan bellen… Twee jaar geleden belde onze pleegzorgwerker dat ze een gezin zocht voor twee broertjes van twee en één jaar voor de zomervakantie. Ik zei ‘laat maar komen’. Maar ik moest geopereerd worden aan mijn hand, dus eigenlijk was het lichamelijk niet te doen met zo’n jonge kinderen. Daarom kwam mijn zus iedere morgen. Zij verzorgde ze dan en ging met ze wandelen. Ik weet nog goed dat ze zei ‘ik kom je helpen, maar ik ga me niet hechten’. Maar die band groeide natuurlijk toch. Als daar zo’n mannetje zit van een jaar, die zijn dikke armpjes naar je uitsteekt, dan ben je weg! Inmiddels is zij nu al bijna twee jaar hun pleegmoeder. Die kleintjes noemen mij oma!

Over verwachtingen en de realiteit

“Het is veel meer dan ik had verwacht!  Het is een stuk onvoorwaardelijke liefde, die je krijgt en die je zelf ook kwijt kunt. Daarnaast vind ik het een uitdaging om een kind, dat toch een beschadiging heeft opgelopen, de goede richting in te duwen. Ik zie het pleegouderschap echt als een verrijking van je leven. Je leert zoveel bij. Ik riep altijd ‘ik wil geen kinderen met een verstandelijke beperking, daar heb ik het geduld niet voor’. Toen kregen we onze pleegzoon en die bleek later een beperking te hebben. Nou, als je dan kijkt naar hoe hij nu functioneert en hoe hij zijn achterstanden heeft ingelopen, dan hadden we het niet beter kunnen doen! Ik heb geleerd dat je je vooroordelen moet laten vallen. Ik denk dat dat voor veel mensen moeilijk is. Dat men toch vaak een negatief beeld heeft van pleegkinderen.  Dat het probleemgevallen zijn, die later in de criminaliteit belanden. Dat zal soms ook wel voorkomen. Maar uiteindelijk is dat met je eigen kinderen niet anders. Dan moet je ook maar afwachten hoe het gaat”.

De pareltjes van het pleegouderschap

“Zelf vind ik het grootste goed als je ze ‘s ochtends uit bed gaat halen en ze naar je lachen en hun armpjes naar je uitstrekken. Dat ze weer plezier krijgen. Het is moeilijk uit te leggen, maar ik zeg altijd ‘ze hebben oorlog in de ogen als ze komen’. Als je dat gaandeweg ziet verdwijnen en je krijgt er stralende oogjes voor terug,  dat is grootste goed!”.

En de moeilijke kanten van het pleegouderschap…

“Voor veel pleegouders is de onzekerheid denk ik het moeilijkste. Verstandelijk weet je dat het nooit jouw kinderen worden. Gevoelsmatig is dat anders. Toch moet je steeds in je achterhoofd houden dat het kan dat de thuissituatie bij de biologische ouders zodanig verandert, dat de kinderen weer terug naar huis kunnen. Daar wordt ook op de cursus voor nieuwe pleegouders veel aandacht aan besteed. Als je zelf een kinderwens hebt, moet je het pleegouderschap niet zien als vervanging. Het is geen adoptie. Ook als je aangeeft dat je graag perspectief biedend pleeggezin wil zijn, zoals wij, is het geen garantie dat de kinderen eindeloos bij jou zullen blijven”.

Tips voor pleegouders in spé!

  • “Mensen die overwegen pleegouder te worden, zou ik willen meegeven dat het heel belangrijk is dat je stabiliteit kunt bieden. Deze kinderen hebben al veel meegemaakt en hebben behoefte aan veiligheid. Een vast punt, iemand die er altijd voor hen is. Dat komt hun gedrag ook ten goede, vermoed ik. Daarom zou ik de jongste bijvoorbeeld ook nooit naar de opvang doen”.
  • “Liefde is het allerbelangrijkste en het volhouden. Ik heb zelf ook wel eens op het punt gestaan dat ik onze pleegzorgwerkster belde en zei ‘ik trek het niet meer’. Misschien dat sommige anderen op zo’n moment zouden afhaken. Omdat ze dankbaarheid verwachten van hun pleegkinderen, in plaats van lastig gedrag. Dat vind ik een grote denkfout. Deze kinderen hebben er zelf niet om gevraagd en hoeven dus ook niet dankbaar te zijn. Als ik voor onszelf spreek:  ‘we hebben zeker zware tijden gehad, maar toch weegt dat niet op tegen de voldoening die het geeft als je ziet welke vooruitgang ze maken als je blijft doorzetten!”.
  • “In het verlengde daarvan; je moet zelf ook wel een goed netwerk hebben. Als je als pleegouders geen familie hebt die erachter staat, wordt het heel lastig. Je hebt je netwerk nodig voor praktische ondersteuning. Maar ook om mee te delen als je het even zwaar hebt. Ik vind dat je bij pleegkinderen niet zomaar een meisje kan vragen om te komen oppassen. Dan heb je iemand nodig die vertrouwd is en weet hoe het functioneert”.
  • “Je hoeft niet pedagogisch onderlegd te zijn om aan pleegkinderen te beginnen. Doe het gewoon op gevoel. Een soort van moederinstinct.  Je leert je pleegkinderen zo goed kennen dat je in één oogopslag ziet of er iets dwars zit”.
  • “Zie pleegkinderen als een aanvulling op je gezin, dat ook zonder pleegkind(eren) al compleet is.

Wij hebben bewust gekozen voor jongere pleegkinderen en dat heeft heel goed uitgepakt. Doordat er acht jaar leeftijdsverschil zit tussen onze jongste en onze pleegkinderen, heeft onze jongste zich altijd de jongste van ons eigen gezin gevoeld. Er wordt sowieso ook geadviseerd om geen kind in huis te nemen dat ouder is dan je eigen oudste”.

Wil je na het lezen van dit interview meer weten over pleegouderschap en de procedure om pleegouder te worden? Lees dan ook dit artikel!

MEER INFORMATIE