EEN HUILBABY? DE KENMERKEN, OORZAKEN EN AANPAK OP EEN RIJ!

huilbaby kenmerken oorzaken aanpak

Alle baby’s huilen, dat hoort er nou eenmaal bij in de allereerste levensfase. Op deze manier laat je kindje weten dat hij/zij iets van je wil of ergens last van heeft. En nogal wat kleintjes hebben iedere dag hun vaste huiluurtje. Zo verwerken ze hun indrukken van die dag. Maar bij een huilbaby blijft het niet bij een huiluurtje. In Nederland heeft zo’n 15% van de baby’s last van extreme huilbuien. Een huilbaby hebben, kan heel zwaar zijn en heeft vaak een grote impact op het hele gezin. Hoe herken je een huilbaby, wat zijn de oorzaken en hoe ga je ermee om? Wij zetten het voor je op een rij!

Wanneer is het een huilbaby?

Een veel gebruikte definitie voor een huilbaby is een baby die minimaal drie weken, drie dagen per week en drie uur per dag huilt. Dit is echter geen keiharde definitie, want ook ander huilgedrag kan voor jou als ouder een probleem zijn.

Ter vergelijking: uit onderzoek blijkt dat een ‘normale’ baby ook gemiddeld zo’n anderhalf uur per dag huilt. In toenemende mate vanaf de geboorte met een piek rond een leeftijd van 6-8 weken. Dan huilt je baby gemiddeld zo’n 2 tot 2,5 uur per dag. Vanaf dat moment neemt het huilen af.

>> Lees over het ‘normale’ huilen meer in het artikel: Mijn baby huilt, wat nu?

Hoe herken je een huilbaby?

Naast de genoemde definitie zijn huilbaby’s aan verschillende kenmerken te herkennen. Je kindje hoeft echter niet alle symptomen te vertonen om een huilbaby te zijn. Ook hoeft een baby met enkele van onderstaande kenmerken niet een huilbaby te zijn.

  • Je baby huilt niet alleen, maar krijst ook veel. Vaak meer dan dat hij huilt. Het is een oorverdovend en aanhoudend gehuil.
  • Het huilen is niet communicatief. Oftewel je baby huilt steeds op dezelfde toon waardoor je niet goed kunt onderscheiden of hij honger heeft, moe is, of dat er iets anders aan de hand is. Voor meer informatie over de verschillende babyhuiltjes, lees eens het artikel over Dunstan Babytaal.
  • Je baby is moeilijk te troosten wanneer hij/zij eenmaal overstuur is.
  • Je kindje heeft vaak hoofdpijn. Vaak beweegt je baby dan ook net zo lang totdat het hoofdje ergens tegenaan ligt, zoals de bovenkant van de wieg of een spijl om de pijn te verlichten.
  • Je baby is schrikachtig: hij/zij schrikt van het minste geluid waardoor je kindje als het eenmaal stil is, weer gaat huilen.
  • Actief en (over)beweeglijk. Je baby maakt wilde bewegingen met handjes en voetjes en houdt zichzelf daardoor wakker.
  • Je baby is snel afgeleid.
  • Het lichaampje van je baby is vaak erg stijf en overstrekt. Je kindje gaat vaak liggen in een voorkeurshouding, waar hij/zij nauwelijks uit is te krijgen.
  • Het buikje is hard en gespannen.

Wat zijn oorzaken van het vele huilen?

De oorzaken voor het vele huilen kunnen zeer verschillend zijn en het overmatig huilen kan ook meer dan één oorzaak hebben. Helaas wordt niet altijd een oorzaak gevonden. Het is ook niet bekend waarom het huilen vaak na een bepaalde tijd begint, in hevigheid toeneemt en dan weer vermindert. Dit zijn de meest voorkomende oorzaken:

Factoren uit het gezin of de omgeving

  • Veel stress of spanningen bij de ouders door bijvoorbeeld financiële zorgen, onzekerheid over de opvoeding, verlies van een dierbare.
  • Onrust thuis door bijvoorbeeld een verbouwing of verhuizing, een nieuwe baan.
  • Een problematische zwangerschap of bevalling. Of een postnatale depressie.
  • Stress bij de baby door te veel licht-, pijn- en geluidsprikkels na de geboorte.
  • Scheidingsangst wanneer een kind in het ziekenhuis moet blijven en wordt gescheiden van zijn moeder, bijvoorbeeld doordat hij onderzocht moet worden of in de couveuse moet liggen.

huilbaby oorzaken

Lichamelijke en geestelijke factoren

  • Darmsysteem: Het huilen kan te maken hebben met de darmpjes. Het darmsysteem van baby’s is nog niet volledig uitgerijpt en daarom is het mogelijk dat er bij hen pijn ontstaat. Lees meer over darmkrampjes in het artikel: Darmkrampjes bij je baby? De symptomen op een rij!
  • Overvoeding: Bij borstvoeding regelt de baby zelf hoeveel hij drinkt. Het is ook normaal dat een baby zo veel kan drinken als hij wil. Bij flesvoeding kan het zijn dat de signalen van de baby dat het genoeg is, niet zo goed zichtbaar zijn of niet gezien worden. Als een baby bij flesvoeding geregeld te veel voeding binnenkrijgt, veroorzaakt dat krampen. Dit is ook te zien aan een abnormaal snelle toename van het gewicht.

>> Lees meer over voeding van je baby in het artikel: Hoeveel voeding heeft mijn baby nodig?

  • Ondervoeding: Dit kun je zien aan het onvoldoende in gewicht aankomen van je baby. Bij het voeden met de borst is niet zichtbaar hoeveel je baby nu precies drinkt. Het is normaal dat je baby in de eerste week na de geboorte gewicht verliest. Maar als je baby meer dan 10% lichaamsgewicht verliest kan dit gevaarlijk zijn. De meeste baby’s zijn na ongeveer twee weken weer terug op hun geboortegewicht. In de eerste 4 maanden komt je baby vervolgens tussen de 100 tot 250 gram per week aan. Als je baby te weinig aankomt kan dit een teken zijn dat hij of zij niet goed drinkt. Bij veel baby’s die met de borst gevoed worden, zie je in de eerste maanden een betere gewichtstoename dan bij kinderen die met de fles zijn gevoed. Bij het consultatiebureau wordt het gewicht van je baby in de gaten gehouden.
  • Infecties: Zoals maagdarminfecties, blaasontsteking, oorontsteking of spruw (een infectie van het mondslijmvlies door een gist). Dit kan voor een tijdelijke periode van meer huilen zorgen. Het huilen gaat dan bijvoorbeeld gepaard met een verhoogde temperatuur of koorts.
  • Allergieën: De meest voorkomende allergie bij baby’s is koemelkallergie. Je baby is dan allergisch voor melkeiwit. Als hier sprake van is, zul je ook andere klachten waarnemen. Denk aan bijvoorbeeld huidklachten (eczeem, pukkeltjes, uitslag), onrustig drinken, maag- en darmproblemen (spugen, diarree, krampjes, obstipatie) en gewichtsverlies.
  • Gecompliceerde reflux of refluxziekte: Dit is het verschijnsel dat voeding of maagzuur uit de maag terugloopt naar de darm. Deze baby’s geven vaak voeding terug, huilen bij het geven van voeding, drinken kort en stoppen dan. Soms bevat het braaksel bruine sliertjes oud bloed. Lees ook eens het artikel: Reflux, een veelvoorkomende kwaal bij baby’s.
  • Breuken: Een botbreuk of fractuur die niet eerder is herkend, kan de oorzaak zijn. Of een (beklemde) liesbreuk. Bij het lichamelijk onderzoek wordt dit gemakkelijk herkend door de arts.
  • Beknelling: Ook dit komt voor, al is het zeer zeldzaam, als een ingesnoerd teentje door een haar die daar strak omheen zit (haartourniquet). Dit is erg pijnlijk voor de baby en vaak vrijwel onzichtbaar voor de ouders en de arts. Als je de haar losmaakt, is het gehuil meteen over. Dit is ook een van de redenen dat de jeugdarts je baby letterlijk van top tot teen zal bekijken.

huilbaby aanpak

  • Overprikkeling: Het kan dan gaan om een baby die sneller overprikkeld is. Zo blijken sommige baby’s overgevoelig te zijn voor licht, felle kleuren, geluid of aanrakingen. Daarnaast kan het zijn dat een huilbaby te veel prikkels van zijn omgeving krijgt. Overvoerd wordt met indrukken dus, die hij niet weet te verwerken.
  • Lichamelijke of geestelijke stoornis: Handicaps, aan autismeverwante stoornissen, syndromen zorgen eveneens voor een toenemend huilgehalte.

Welke aanpak vereist een huilbaby?

Vind je dat je baby wel erg veel huilt? En vraag je je af wat je kunt doen? Probeer dan eens onderstaande aanpak tegen het huilen. Dit werkt vaak ook prima bij een ‘gezonde’ baby.

Houd een huildagboek bij

Je kunt het beste beginnen met het bijhouden van een schema. Daarop schrijf je precies wanneer je baby huilt en hoe lang. Op deze manier krijg je inzicht in het feitelijke huilgedrag van je kind. Wie weet ontdek je op die manier een patroon. Dit is niet alleen fijn voor je eigen overzicht, maar helpt ook in gesprek met het consultatiebureau.

Je kind troosten

Soms kun je weleens moe worden van het gehuil en je baby willen negeren. Doe dit niet, je baby huilt niet om z’n zin door te drammen, maar heeft behoefte aan troost. Hoe je het best kan troosten, verschilt per kind. Een aantal manieren om je baby te troosten zijn:

  • Met lichamelijk contact: Dit is vertrouwd, jouw hartslag en andere lichaamsgeluiden zijn bekend voor je baby vanuit de baarmoeder. Houd je baby dus lekker dicht tegen je aan en knuffel er op los. Aaien, strelen, een babymassage en zachtjes op de billetjes kloppen zijn voor veel baby’s ook fijne vormen van lichaamscontact. Daarbij kun je je kindje sussen.
  • Draag je kindje bij je en wandel heen en weer: Lichaamscontact en ritmisch wiegen kunnen hem geruststellen. Zo voelde het in jouw buik ook als jij liep. Je kunt als hulpmiddel een draagdoek gebruiken. Maar ook de beweging tijdens een wandeling in de kinderwagen of een autorit kan soelaas bieden.
  • Neurie, zing of praat: Door zachtjes een liedje te zingen of te praten tegen je kindje kun je hem/haar ook rustig maken. Je stem is vertrouwd en de melodie werkt rustgevend.
  • Geef je kindje een speentje: Sommige baby’s hebben een grote zuigbehoefte en zuigen geeft een baby ook troost.

Belangrijk te weten dat er zeker in de eerste maanden niks op tegen is om je baby volop te troosten, aaien, wiegen en knuffelen. Sterker nog, het is goed voor een hechte band! Je kindje leert dat het een veilige en liefdevolle thuisbasis heeft. Daarnaast kan je baby de link tussen zijn/haar gedrag (huilen) en de reactie daarop (troosten) nog niet leggen. Dat komt pas wanneer je baby rond de 6 maanden oud is.

troosten huilbaby

Zorg voor rust en regelmaat

Het klinkt simpel, maar veel baby’s hebben er baat bij. Huilbaby’s zitten vaak in een vicieuze cirkel: door het vele huilen worden ze ontzettend moe en krijgen ze hoofdpijn. Hierdoor raken ze weer overprikkeld en huilen ze nog meer. Het belangrijkste is dan rust en regelmaat. Zorg voor een vaste structuur. Dat betekent dat je waar mogelijk een vast dagritme aanhoudt met op gezette tijden eten, spelen, in bad gaan en een vast bedtijdritueel. Zodra je kleintje aangeeft dat hij/zij moe is, leg je het in bed. Want als je baby oververmoeid raakt, lukt het meestal niet meer om in slaap te vallen.

Je kunt je baby inbakeren

Een goede manier om rust te bewerkstelligen is door je kindje in te bakeren. Dat houdt in dat je je baby stevig in een doek wikkelt. Maar ook een inbakerslaapzak kan helpen. Je baby kan daardoor minder onrustige bewegingen maken en slaapt hopelijk sneller in en maakt zichzelf niet steeds wakker. De slaap is dan ook vaak dieper en langer. Als kindjes ingebakerd zijn, voelen ze zich ook meer geborgen.

Creëer een rustige omgeving

Om ‘overprikkeling’ te voorkomen houd je de omgeving van je baby zo rustig mogelijk. Dat wil zeggen dat je bijvoorbeeld niet te veel knuffels en speeltjes in het bedje legt, je kindje niet door steeds weer andere mensen laat oppakken, het omgevingsgeluid beperkt, speeltjes met geluid en licht achterwege laat.

>> Lees ook eens onze 11 tips voor het omgaan met een huilbaby.

Zorg goed voor jezelf

Helaas zijn veel huilbaby’s écht heel moeilijk te troosten en dat kan je tot pure wanhoop drijven. Een eeuwig krijsend kind kan ervoor zorgen dat jij ook weleens zou willen krijsen. Doe dit af en toe ook gewoon, neem een moment voor jezelf en gooi je emoties eruit. Probeer ook vooral gezond te blijven eten en te slapen, hoe moeilijk dit laatste ook is. Probeer niet alles alleen te doen. Betrek je partner bij de zorg. Laat je baby eens een nachtje bij oma logeren, zodat je wat slaap kunt inhalen. Of slaap – zodra de baby naar bed gaat – overdag een uurtje bij. Je zult merken dat je er daarna weer wat beter tegen kunt.

Neem afstand als je boos wordt

Voel je niet schuldig als je er boos of wanhopig van wordt. Als je dit bij jezelf merkt, kan je het beste even afstand nemen. Leg je baby op een veilige plek of geef hem/haar aan je partner en loop even naar een andere kamer om tot rust te komen. Je hoeft je er niet voor te schamen, veel ouders van een huilbaby kennen dat gevoel.

huilbaby inbakeren

Schud je baby nooit!

Helaas blijkt uit onderzoek dat 1 op de 20 ouders wel eens iets doet wat schadelijk kan zijn voor het kind. Zoals smoren of slaan als het niet stopt met huilen. Of het schudden van de baby met risico op het ‘shaken baby syndrome’. Waarschijnlijk zullen de ouders hun baby niet bewust schade toe willen brengen, maar handelen zij uit frustratie en onmacht. Dit is echter geen oplossing en de gevolgen zijn niet te overzien. Zoek hulp als het je teveel dreigt te worden!

Hoe kan de omgeving helpen?

Behalve bij familie en vrienden zijn er ook genoeg hulpinstanties waar je terecht kunt. Die hulp van derden kun je ook inschakelen om even met zijn tweeën een middagje iets leuks te doen. Want het is heel belangrijk dat je de relatie met je partner blijft koesteren en dat is moeilijk als je samen in hetzelfde huis gek wordt. Vaak is het ook prettig om te praten met mensen die uit eigen ervaring weten waar je doorheen gaat. Daarom bestaan er verschillende groepen voor lotgenotencontact.

Naar de huisarts

Is je baby echt ontroostbaar of huilt je kindje ‘anders dan normaal’? Volg je moederinstinct en maak een afspraak bij de huisarts als je je zorgen maakt.

Met je huilbaby naar de osteopaat?

Misschien overweeg je om eens osteopathie te proberen? Deze behandelvorm valt onder de alternatieve geneeswijzen en richt zich op de beweging van weefsels in je lichaam, zoals organen, botten en spieren. Een osteopaat zoekt naar beperkingen in die beweging, en bepaalt of die beperking klachten veroorzaakt bij je kindje. Aan de hand van een aantal vragen probeert hij of zij te achterhalen waar het probleem zit.

Met zachte massagetechnieken en bewegingen probeert een osteopaat de beweging terug te brengen in het weefsel. Dit zou de klacht oplossen. De werking van osteopathie is echter niet wetenschappelijk aangetoond. Een goede osteopaat werkt daarom altijd samen met de huisarts of specialist, niet als vervanger ervan.

Het gaat over!

Ook al zie je het nu allemaal niet meer zitten, het is belangrijk om te weten dat je met een tijdelijk probleem te kampen hebt. In de meeste gevallen stopt het huilen na een maand of vier. Bij sommige baby’s houdt het weliswaar wat langer aan, maar ook bij hen gaat het huilen na een tijdje helemaal over. Definitief!

Bronnen:

Chat met CJG043!We hopen dat dit artikel je geholpen heeft. Wil je meer weten of heb je nog vragen? Chat met ons! We denken graag met je mee.

zwanger baby inspiratie Pinterest

MEER INFORMATIE