CONTACT MET JE AUTISTISCHE KIND

Soms is het maken van contact met je kind niet vanzelfsprekend. Wanneer je kind een vorm van autisme heeft bijvoorbeeld. Autisme heeft verschillende kenmerken. Een opvallend kenmerk is dat het maken van contact op een andere manier verloopt. Dat vraagt van jou als ouder een andere benadering. Waar moet je bijvoorbeeld rekening mee houden?

Knuffelen

Kinderen met een vorm van autisme houden niet van onverwachte gebeurtenissen. Dat geldt ook voor onverwachte aanrakingen. Dat maakt hen aan het schrikken. Het gevolg is dat een kind overstuur raakt waardoor jij je als ouder afgewezen kunt voelen. Het is goed om te weten dat kinderen met autisme aanrakingen anders ervaren. Hun huid kan extreem gevoelig op aanrakingen reageren. Een aai over de bol of een knuffel kan voor hen zeer onaangenaam zijn. Wanneer je merkt dat je kind dit niet prettig vindt, is het verstandig dit niet te doen. Je doet je kind daar absoluut geen plezier mee. Voor jou als ouder zal dat af en toe best even slikken zijn. Wanneer je kind al wat ouder is, kan het goed zelf aangeven welke vorm van contact hij of zij prettig vindt.

Een gesprek voeren

Een gesprek voeren is een mooie manier om contact te maken. Lok gerust een gesprek uit. Houdt hierbij rekening met het feit dat je kind het moeilijk vindt zich in een ander te verplaatsen. Het praat graag over zichzelf of onderwerpen die het interessant vindt. Verwacht niet dat je kind uit zichzelf informeert hoe het met jou gaat of hoe je dag was.

Natuurlijk wil jij als ouder graag weten wat er in je kind omgaat. Praten over emoties is voor kinderen met autisme een moeilijk onderwerp. Het is voor hen lastig om emoties bij zichzelf en anderen te herkennen. Dwing je kind daarom niet om een gesprek over zijn of haar gevoelswereld aan te gaan. Hier kan het erg onzeker van raken.

Gebruik tijdens het gesprek korte zinnen. Stel concrete vragen en wees geduldig. Soms duurt het namelijk even voor er een antwoord komt. Je zult zien dat het prima mogelijk is een gesprek te voeren wanneer je bovenstaande regels hanteert.

Je in je kind verplaatsen

Een goede basisregel om te onthouden is: “doe wat je zegt, en zeg wat je doet”. Zolang jij deze basisregel hanteert en zorgt dat er structuur heerst, heeft dit een positieve uitwerking op je kind en op jullie contact. Wanneer je je in je autistische kind verplaatst, zul je ontdekken dat je samen een vorm van contact kunt vinden die voor beide partijen prettig is. Wil je weten hoe je je (nog) beter in je autistische kind kunt verplaatsen? Dan is het boek ‘Auti-communicatie: geef me de vijf’ van Colette de Bruin een aanrader. Dit boek is te leen bij de bibliotheek.

We hopen dat dit artikel je geholpen heeft. Wil je meer weten of heb je nog vragen? Chat met ons! We denken graag met je mee.

MEER INFORMATIE