“ZONDER MIJN PLEEGOUDERS WAS IK NOOIT WAAR IK NU BEN IN MIJN LEVEN”

In gesprek met Charissa (25 jaar)
In gesprek met Charissa (25 jaar)Zij groeide op in een pleeggezin

Er is een groot tekort aan pleeggezinnen. Daarom besteedt het CJG043 graag aandacht aan dit thema. Zo waren we reeds op bezoek bij pleegmoeder Carrie uit Eijsden-Margraten om haar verhaal als pleegmoeder op te tekenen. Dit jaar gingen we in gesprek met Charissa. Zij groeide op in een pleeggezin en wilde graag met ons delen hoe zij dit ervaren heeft.

Oerkinderen

“Ik was 2 jaar oud, toen ik samen met mijn twee jaar oudere zus uit huis werd geplaatst. Eerst kwamen we bij een tijdelijk pleeggezin en daarna bij mijn huidig pleeggezin.  Ofja, eigenlijk noem ik hen gewoon mijn ouders.” Omdat Charissa zo jong was toen ze in haar pleeggezin kwam, kan ze zich niet meer herinneren hoe dit voor haar was. Ze kent enkel de verhalen die ze van haar pleegmoeder heeft gehoord. “Volgens mijn moeder waren we een soort ‘oerkinderen’. We praatten niet, hadden zo ons eigen taaltje. Bij onze biologische ouders hadden we een slechte ontwikkeling gehad. Gelukkig was de uithuisplaatsing voor mij nog op tijd om dat glad te trekken.”

Op eigen benen

“Tot mijn 20e heb ik bij mijn pleegouders gewoond en daarna ben ik op kamers gegaan. Ik was mijn pleegouders toen wel een beetje zat. En zij mij ook…”, vult Charissa er lachend aan toe. Mijn pleegmoeder zei; ‘het is tijd voor je om op eigen benen te gaan staan’ en dat was inderdaad een goede keuze voor iedereen. Sindsdien is onze band weer veel beter geworden.  We zien elkaar een of twee keer per maand. Als er iets is, kan ik altijd bij hen terecht voor hulp of advies. De deur staat altijd open en anders heb ik ook nog gewoon een sleutel van het huis”, lacht Charissa.

Fijne jeugd

“Hoe ik terugkijk op mijn jeugd in een pleeggezin? Ik heb een fijne jeugd gehad. Als mijn pleegouders er niet voor hadden gekozen om pleegouders te worden, was ik nooit geweest waar ik nu ben in mijn leven. Dan had ik dit niveau nooit bereikt en dan had ik nooit mijn MBO-diploma kunnen behalen. Daar ben ik ze heel dankbaar voor. Het was zeker niet altijd makkelijk, maar ik heb wel echt respect voor hen. Zeker ook omdat ze nog altijd met veel liefde zorgen voor mijn oudere zus. Zij is nu 27 jaar maar heeft meer zorg nodig. ”

Over de moeilijke kanten

“Wat lastig is geweest aan het pleegkind zijn, is dat je toch altijd ‘anders’ bent. Met vaderdag en moederdag bijvoorbeeld. Dan vroegen klasgenootjes waarom ik twee dingen maakte. Ik ben daar ook wel mee gepest. Dan zeiden ze bijvoorbeeld ‘jij hebt geen echte ouders’. Zeker in de pubertijd had ik er veel moeite mee dat ik anders was. Als puber ga je dan nadenken; ‘waarom had ik niet gewoon normaal kunnen zijn, waarom heb ik nu een pleeggezin en niet gewoon een normaal gezin met twee ouders?’. Ik heb niet gekozen voor ouders die niet voor mij konden zorgen, en ik heb mijn pleeggezin ook niet gekozen. Maar ik heb er wel geluk mee gehad!”

Afgepakt

Over het contact met haar biologische ouders vertelt Charissa: “we belden elke week met elkaar en één keer per twee weken gingen we op bezoek. Meestal gingen we dan samen met onze pleegouders.  Toen we wat ouder waren, gingen we alleen. Ik vond dat best wel eens lastig. Mijn biologische ouders hadden het gevoel dat hun kind was afgepakt. Daardoor had ik het gevoel dat ik goed moest opletten met wat ik zei. Omdat ik bang was hen te zullen kwetsen. Voor mijn biologische ouders was het bijvoorbeeld best ingewikkeld dat ik mijn pleegouders ‘papa en mama’ noem.

Vertrouwenspersoon

“In die tijd heb ik veel steun gehad aan onze pleegzorgwerker en mijn gezinsvoogd van Bureau Jeugdzorg. Bij hen had ik het gevoel dat ze veel ervaring hadden met dit soort dingen. En zij konden een beetje schipperen tussen mij, mijn pleegouders en biologische ouders. Dus als er iets speelde, was het heel fijn om bij hen mijn verhaal te kunnen doen. Daarin heb ik wel het geluk gehad dat ik niet veel wisselingen heb meegemaakt van gezinsvoogd of pleegzorgwerker. Want juist als je in je vroege jeugd zoiets hebt meegemaakt als ik, is vertrouwen heel belangrijk.”

Toekomstdromen

“Na het MBO ben ik Pedagogiek gaan studeren. Ik wilde heel graag bij Xonar gaan werken, omdat ik vanuit mijn eigen ervaring andere kinderen denk ik wel heel goed zou kunnen begrijpen en begeleiden. Helaas heb ik deze studie niet af kunnen maken. Ik had last van faalangst en kwam mezelf ook best wel hard tegen. Omdat ik leerde over wat het voor de ontwikkeling van een kind betekent als er in de eerste levensjaren niet goed voor hen gezorgd wordt. Ik herkende daar toch wel veel dingen in van mezelf. Bijvoorbeeld dat je als je niet veilig gehecht bent in die eerste jaren, altijd moeite kan blijven houden met vertrouwen.”

Kinderwens

“Sinds een paar jaar heb ik een vriend. We wonen samen en op termijn wil ik heel graag moeder worden. Mocht dat niet lukken, overweeg ik zeker om ook pleeggezin te worden. Ik heb in mijn eigen pleeggezin bij mijn andere pleegbroertjes – en zusjes gezien wat het kan betekenen voor een kind. Dat ze binnen kwamen als een bang muisje en nu zijn open gebloeid. De liefde en zorg die je in een pleeggezin krijgt en als kind ook gewoon nodig hebt, kan echt veel uitmaken!”

Over wat je nodig hebt om pleegouder te kunnen worden

We vragen Charissa wat zij denkt dat mensen die overwegen om pleeggezin te worden, zeker moeten hebben aan eigenschappen. Daar heeft Charissa een duidelijke visie over: “je moet liefde kunnen geven aan kinderen die niet van jou zijn. Ze accepteren als je eigen kinderen. En een beetje sterk in je schoenen staan. Want de biologische ouders waarvan hun kind wordt weggehaald, kunnen zich gaan verzetten. En wat belangrijk is, is doorzettingsvermogen. Dat je niet meteen gaat opgeven als het even tegen zit. Want als je dat niet hebt, stop je er denk ik snel mee.”

Wil je na het lezen van dit interview meer weten over pleegouderschap? Lees dan ook dit artikel!

MEER INFORMATIE