STOTTEREN – WAT ALS JE KIND STOTTERT?

In gesprek met Hanneke Sistermans
In gesprek met Hanneke SistermansDIT Logopedie & Stottertherapie Eijsden

Wist je dat stotteren bij ongeveer 5% van de kinderen optreedt? Dat het deels erfelijk bepaald is en dat stotteren vaker voorkomt bij jongens dan bij meisjes? Dit en nog veel meer kwam aan bod in het interessante interview met stottertherapeute Hanneke Sistermans van DIT Logopedie & Stottertherapie. In dit artikel lees je onder meer over de oorzaken, het verloop, de behandeling en de impact van stotteren. In deel twee van het interview deelt Hanneke een aantal belangrijke tips in het omgaan met stotteren! 

Over de oorzaken van stotteren

“Stotteren begint met een bepaalde gevoeligheid die je in aanleg hebt meegekregen. Als je geen aanleg hebt, ga je nooit stotteren. Maar ook als je wel die aanleg hebt, betekent dat niet per definitie dat je gaat stotteren. Het moet getriggerd worden. En vaak zien we dat dit gebeurt als jonge kinderen (in de leeftijd van 2.5 à 3 jaar), een periode op hun tenen moeten lopen of een beetje overvraagd worden. Bijvoorbeeld doordat ze naar de peuterspeelzaal gaan en dat eigenlijk toch nog heel moeilijk vinden. Of doordat ouders enorm aan de gang gaan met de zindelijkheidstraining, terwijl het kind daar eigenlijk nog niet aan toe is. Het kunnen tal van dingetjes zijn, die in het normale leven een rol spelen, die het voor een kind zwaar maken. En dan kan het stotteren naar boven komen. Als je kind niet gevoelig is voor stotteren, zie je de overvraging terug in andere dingen. Zoals bijvoorbeeld dwars gedrag of ’s nachts wakker worden. Je kind overvragen heeft altijd gevolgen. En als je kindje gevoelig is voor stotteren, kan overvraging dus tot stotteren leiden.”

Geleidelijke overgang

“Doorgaans begint stotteren heel geleidelijk en niet van de een op de andere dag. En wat mij opvalt, is dat ouders heel goed weten ‘dit is normaal’ of ‘dit is niet normaal’. Ouders voelen heel goed aan als er iets niet klopt. Alle kinderen herhalen bijvoorbeeld weleens een woordje. Dat hoort bij een normale taalontwikkeling. En ook stotteren begint vaak met woordherhalingen, zoals ‘diediedie’. Maar op een gegeven moment merk je als ouder ‘nu wordt het anders’. De woordherhalingen komen vaker voor of je merkt dat je kind geleidelijk aan ook steeds vaker een letterherhaling maakt (‘dddddddie’) of echt blijft hangen bij het uitspreken van woorden. Ik zie zelden ouders die onterecht ongerust zijn. Dus als je als ouders ongerust bent, is dat altijd een indicatie om raad te gaan vragen bij een professional. Wacht niet te lang, ook niet als het stotteren na een paar weken weer verdwijnt. Want ook dát is typisch voor het ontstaan van stotteren. Eerst zijn er periodes van aan- en afwezig zijn van het stotteren. En dat verandert dan naar periodes van meer en minder stotteren, waarbij het stotteren toch steeds aanwezig is.”

Het gevaar van ongeruste ouders

“Er is niets zo vervelend als ouders die ongerust zijn en niets ermee doen. Of ouders die gerust gesteld worden, maar toch ongerust blijven”, vervolgt Hanneke haar verhaal. “Want wat je vaak ziet gebeuren, is dat zij hun kind dan – met de beste bedoelingen – raad gaan geven. Zo van ‘doe maar rustig’ of ‘je moet langzamer praten’ of ‘eerst goed ademhalen’. En een kind merkt dan ‘mama zegt die dingen alleen als het met praten niet goed gaat’. Waardoor het kind dat als een correctie gaat ervaren. En niemand houdt ervan om gecorrigeerd te worden. Dus het kind zal gaan proberen om dit te voorkomen. En meer kracht gaan gebruiken bij het spreken. En zo komt het juist een stapje verder in de stotterontwikkeling. Dus feitelijk werkt die aanpak van ouders dan averechts…”

Stotteren mag!

“Zeker bij deze jonge kinderen, zit de sleutel naar het doorbreken van het stotteren vaak in het ervoor zorgen dat ouders en andere volwassenen in de omgeving van het kind weten hoe ze op een goede manier moeten reageren. In de beginfase van stotteren is het namelijk heel belangrijk je kind het gevoel te geven dat het mag stotteren; ‘ik mag praten zoals ik praat, papa en mama wachten wel, ik mag de tijd nemen’. En dat blijkt toch nog weleens lastig in de praktijk. In een gezin met oudere kinderen bijvoorbeeld, kan een kind dat stottert toch de druk voelen om sneller te praten dan het eigenlijk aan kan, omdat het ’t gevoel heeft er anders niet tussen te komen aan tafel. Dan ga je met ouders kijken hoe zij kunnen voorkomen dat het kind zich laat verleiden om te snel te gaan praten. Door erop te letten dat iedereen netjes om de beurt praat, elkaar niet onderbreekt en zelf ook op een rustig tempo spreekt.”

Indirecte en directe aanpak

“Bij kinderen van 2.5 à 3 jaar, die onvloeiend spreken, kies ik als stottertherapeut dus vaak de wat we noemen ‘indirecte aanpak’, waarbij we insteken op ouders leren hoe ze goed kunnen reageren. Veel kinderen krijg je op deze manier weer terug richting normale, vloeiende spraak. Als het onvloeiend spreken al langer dan een jaar bestaat of als het niet overgaat met de indirecte aanpak, kiezen we voor een directe aanpak. Waarbij we het kind gaan leren om te praten als een slakje. Is je kind 5 jaar, dan kan het stotteren nog verdwijnen. Vanaf de leeftijd van 6 jaar is de spraak dermate ontwikkeld dat als het stotteren er dan nog in zit, de kans dat je kind eroverheen groeit, kleiner is. Daarom is het dus ook zo belangrijk om al in een vroeg stadium hulp te zoeken. Grofweg kun je zeggen dat van de 5% kinderen die stotteren, ongeveer 1% overblijft die op volwassen leeftijd nog stotteren.”

  

Eigenaardige stoornis

“Stotteren is ook een eigenaardige stoornis. Want hoe meer je ertegen in verzet gaat, hoe erger het wordt! Een 8-jarig kind dat stottert bijvoorbeeld, vindt het meestal ook vervelend om hardop te lezen of vragen te beantwoorden in de klas, omdat het bang is voor plagerijen of opmerkingen over het stotteren. Vaak zie je dat kinderen dan gaan proberen het stotteren te onderdrukken, waardoor het spreken juist moeilijker wordt. Of ze gaan bepaalde spreeksituaties vermijden en durven geen vragen meer te stellen.

Vaak is de behandeling op deze leeftijd dan ook meer gericht op het weerbaar maken tegen plagerijen/pesten en het vergroten van de assertiviteit. Dit kind moet beseffen dat het mag praten ‘zoals het praat’. Stotteren mag! Door minder tegen het stotteren in verzet te gaan, zal het stotteren afnemen. Ook leren we kinderen van deze leeftijd vaak een spreektechniek aan. Hierbij veranderen we iets in het spreekproces, waardoor er meer controle op het stotteren mogelijk is. Deze techniek kan echter vanaf een bepaalde leeftijd geen automatisme meer worden, maar moet bewust worden ‘aangezet’.

Ingewikkeld proces

“Spreken is neurologisch gezien namelijk een heel ingewikkeld proces. Om 1 woordje te kunnen zeggen, heb je bij wijze van spreken 100 spieren nodig. En die spieren moeten onderling goed afgestemd zijn en samenwerken. In die hele keten, hebben mensen die aanleg hebben om te gaan stotteren dus een zwakkere schakel. En als ze ontspannen zijn, gaat het goed. Maar aan tafel, met twee grotere broers die ook hun verhaal willen doen, of bij een beurt in de klas, komt die zwakke schakel naar boven. En op het moment dat een kind beseft ‘ik stotter en ik wil dat niet’, gaat het dingen doen om eruit te komen. Zoals met de ogen knipperen of grimassen. Dat zijn gevolggedragingen die optreden als je met het stotteren in gevecht bent.”

Een ander leven

“Wanneer je als kind blijft stotteren, heeft dat vaak een enorme impact op de persoonlijkheidsontwikkeling. Bijna elke volwassen stotteraar die ik spreek, zegt ‘als ik niet zou stotteren, had mijn leven er heel anders uitgezien’. Dan had men bijvoorbeeld een andere carrière gehad, zat men in het bestuur van bijvoorbeeld de harmonie, of was men bij de toneelclub gegaan. Sommige mensen geven ook aan dat ze meer sociale contacten zouden hebben gehad of wijten zelfs het ontbreken van een liefdesrelatie aan het stotteren. Hoewel er natuurlijk veel meer nodig is om een relatie te hebben, zegt een dergelijke uitspraak wel iets over hoe zwaar het stotterprobleem wordt ervaren. Stotteren is zeker een belemmering bij het eerste contact, net als uiterlijk dat voor sommige mensen kan zijn. Maar als je elkaar beter leert kennen, wordt dat een ander verhaal. Voor de stotteraar zelf, weegt het stotteren echter vaak heel zwaar.

Twijfel jij of je kind stottert?

Als je twijfelt of er bij je kind echt sprake is van stotterproblematiek waar je hulp bij moet gaan zoeken, kun je op deze website een screeningslijst invullen. Je krijgt dan direct advies over wat je het beste kunt doen. Zoals bijvoorbeeld hulp zoeken bij een logopedist, naar een stottertherapeut gaan of het nog even aankijken en over 3 maanden de lijst opnieuw invullen.

MEER INFORMATIE

2019-02-14T09:05:37+00:00