EEN MAKKELIJKE PROOI… – ERVARINGSVERHAAL PESTEN

In gesprek met Margit
In gesprek met Margit Slachtoffer van pestgedrag in haar jeugdjaren

Fotografe Susan Leurs begon  in 2016 met het fotograferen en interviewen van mensen die gepest zijn. Meer en meer mensen hoorden van haar project en sloten zich aan. Ook de pesters zelf. Op dit moment heeft ze meer dan 100 mensen geportretteerd. Een van hen is Margit (48 jaar). Zij vertelde ons openhartig over haar pestverleden en over de grote impact die dit had en heeft op haar leven.

Op mijn hoede

“Het pesten begon op de lagere school, toen ik een jaar of 6 was. Ik was van nature een lief, blij en misschien wat uitbundig meisje. Maar ook hooggevoelig. Ik was anders dan alle anderen, ik heb me althans altijd anders gevoeld.  En daardoor was ik waarschijnlijk een makkelijke prooi. Dag in dag uit werd er naar me geroepen. Van die stomme naamrijmpjes ‘Margit ….-eren, 10 pond peren’. Heel flauw, maar als je dat telkens herhaalt en elke dag hoort, is het niet meer leuk. Of ze scholden me uit voor ‘dikke’, terwijl ik helemaal niet dik was, maar wel de langste van de klas. En er was één jongen en een groepje meelopers, die me vaak opwachtten. Dan werd er geduwd en getrokken. Ook op het paardrijden en in de buurt werd ik gepest of buitengesloten. Doordat het pesten steeds terugkwam, raakte ik als kind steeds angstiger en meer op mijn hoede…”

Gevangen tussen 4 muren

“Ik liep altijd naar school, dat was in principe goed te doen. Maar omdat zij me altijd opwachtten, ging ik op een gegeven moment met de fiets. Dan was ik sneller, dacht ik. Maar het schoolplein was hellend en op de een of andere manier was ik nooit snel genoeg. Ze haalden me in en trokken en duwden aan mijn fiets. Daarom bedacht ik mijn fiets voortaan bij oma te zetten, zij woonde tegenover de school. Ook dat mocht niet baten; ze bleven me opwachten. Ik herinner me een keer dat ik niet weg kon. Ik zat gevangen tussen vier muren in de tuin van mijn oma, kon geen kant op. En ik moest zo nodig naar de wc. Toen heb ik het in mijn broek gedaan. Je kunt je wel voorstellen hoe vernederend dat was.”

Verdriet als last

“Of ik van iemand steun heb ervaren in die tijd?” herhaalt Margit de gestelde vraag. “Op school heb ik sowieso van niemand steun ervaren… en thuis eigenlijk ook niet. Thuis huilde ik heel veel. Mijn broer zei ‘je moet gewoon van je af slaan’. En mijn ouders zeiden ‘je moet het negeren’. Maar hoe moet je het negeren als ze je achter het muurtje staan op te wachten? Dat ging gewoon niet. Nee, het was voor mijn ouders eerder lastig dat ik thuis zat met dat verdriet, dan dat ze me konden steunen. Ik denk ook niet dat ze geweten hebben dat het zo erg is geweest. En het was natuurlijk ook een andere tijd, in de jaren 80.”

Onopvallend

“Ik hoopte het pesten te stoppen door me zo onopvallend mogelijk te gedragen. In de pauze deed ik nooit mee en ging ik in een hoekje staan. Probeerde me zo te verstoppen. En ook later, toen ik de opleiding ‘Mode en Kleding’ volgde, deed ik in de bus net of ik sliep. Hoofd naar beneden, in de hoop dat ze me niet zouden herkennen. Want ook in die tijd, en toen was ik dus al een flink stuk ouder, werd ik gepest. Waarmee? Dat weet ik niet meer. Gewoon, kleinerend gedrag. Ik kan het gevoel van toen helemaal terughalen. Maar wat ze precies gezegd hebben…? Misschien heb ik dat ook verdrongen ofzo.”

Grapje

“Op de huishoudschool waren er verschillende groepjes in de klas, maar ik wist nooit waar ik bij hoorde. Ik was echt een buitenbeentje. Ik had korte haren met een staartje. Dat was in die tijd. En op een dag was er een groepje meiden dat het nodig vond om mijn staartje eraf te knippen. Ik kwam dat grietje een paar jaar geleden nog eens tegen. Toen ze me herkende, begon ze meteen over het voorval en hoe grappig dat destijds was geweest. Ik heb haar verbaasd gevraagd wat er leuk is aan iemands haar afknippen. Maar kennelijk had zij dat toch heel anders beleefd, want volgens haar was het als grap bedoeld.”

Ommekeer

“In de puberteit ben ik op een gegeven moment het tegenovergestelde gaan doen. Ik werd opstandig en begon met schelden. Werd onhandelbaar thuis en moest op mijn 19e het huis uit. Het ging niet meer. Ik had ook al heel vroeg vriendjes. Van hen kreeg ik wel de liefde en bescherming die ik nodig had. Maar ook in die relaties ging ik me steeds dwingender opstellen. Ik was zo onzeker. En had die liefde zo hard nodig, maar wist niet hoe dat te krijgen. Dus als ik naar mijn gevoel niet genoeg liefde of bevestiging kreeg, dwong ik het af, of ik ging op zoek naar een nieuwe liefde.”

Moeilijk vorm te geven

“Ik heb het heel lang moeilijk gevonden om mijn leven vorm te geven. Was heel erg onzeker, had het moeilijk met mijn emoties. Ik kon me niet concentreren. Ik was zo alert de hele tijd. Dan kun je niet leren of werken. Dat kostte me heel veel stress. Ik raakte depressief. Ging naar het maatschappelijk werk, maar die konden me niet helpen. En nu, na jaren behandeling bij de GGZ en misschien wel 30 woonadressen en de nodige relaties heb ik mijn leven enigszins op de rit. Ik heb sinds 5 jaar een relatie. Geen kinderen, want dat is er nooit van gekomen door al die wisselingen. Ik heb ook nooit hele erge moedergevoelens gehad en dat is eigenlijk mijn geluk.”

Heel ander mens

“Een heel groot deel van mijn leven heb ik dus meer moeten overleven dan echt kunnen leven. Op advies van een vriendin ben ik een paar jaar geleden Ayahuasca gaan doen. Een ritueel vanuit de Indianen, waarmee ik hel veel verdriet heb kunnen opruimen. En dat heeft een heel ander mens van me gemaakt. Al heb ik nog steeds mijn onzekerheden en vind ik nog steeds veel dingen eng. Dat zit gewoon heel diep. Ik ben eigenlijk een beetje kluizenaarsachtig geworden. Ik zal niet zo snel mensen thuis laten komen om een kop koffie te drinken. Dan ga ik liever naar iemand toe, zodat ik kan gaan wanneer ik wil.”

Zo vaak ik kan

“Ik deel mijn verhaal zo vaak ik kan. Om mensen ervan bewust te maken dat pesten gebeurt; op scholen, op de werkvloer en zelfs in bejaardentehuizen! Wat ik door mijn eigen ervaring aan ouders zou willen meegeven? Dat het heel belangrijk is om je kind te troosten en vast te pakken als het huilt. Troosten is heel belangrijk. Doe er iets mee! Ik weet niet precies wat nu de mogelijkheden zijn. Maar zorg ervoor dat je kind leert opkomen voor zichzelf. Dat heb ik uiteindelijk geleerd bij de GGZ. Maar het belangrijkste is; laat je kind niet alleen en in de steek en neem je kind serieus, altijd!”

En de pester…?!

“Die heb ik nog wel eens gezien, maar nooit meer gesproken. Soms denk ik wel eens ‘zal ik gaan?’. Maar ik weet niet wat goed is. De laatste keer dat ik hem zag, dacht ik ‘och menneke toch, wat heb je toch veel aandacht nodig’. Ik weet niet of hij beseft wat hij mij heeft aangedaan. Maar ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat dat niet zo is. Dag in, dag uit, voor ik weet niet hoe lang stonden ze op mij te wachten. Ze hebben me van de fiets geduwd, de weg belemmerd, van alles geroepen. Het zou me verbazen als hij dat niet meer weet…”

MEER INFORMATIE