PRATEN MET JE KIND OVER ZIJN/HAAR ROL IN DE GROEP

In gesprek met Mirelle Valentijn
In gesprek met Mirelle ValentijnStichting Omgaan met Pesten

Pesten heeft vaak een enorme impact op kinderen. Het is een complex probleem, dat zich doorgaans niet zomaar laat oplossen. Dit omdat er een hele groepsdynamiek aan ten grondslag ligt, waarbij elk kind z’n eigen rol speelt. In dit interview met inhoudelijk expert Mirelle Valentijn lees je over hoe je met je kind kunt praten over zijn/haar rol in de groep.

Verschillende rollen

Wanneer er in een groep sprake is van een pestprobleem, dan zie je dat elk kind daarin z’n eigen rol speelt. Hieronder de verschillende rollen die kinderen kunnen hebben:

  • Pester(s)
  • Slachtoffer(s)
  • Meelopers/aanmoedigers
  • Helpers/verdedigers
  • Buitenstaanders

Mirelle: “Naast de pester(s) en het slachtoffer, zijn er in elke groep ook meelopers en aanmoedigers. Dit zijn kinderen die met de pesters mee gaan doen, hen aanmoedigen of andere kinderen erbij gaan halen om te kijken als een kind gepest wordt. Volgens onderzoeken neemt zo’n 20-25% van de groep deze rol op zich. Daarnaast heb je in elk groep ook een aantal helpers/verdedigers. Daarbij heb je kinderen die echt actief ingrijpen, door er tussen te springen of de pester(s) aan te spreken. Maar je hebt ook kinderen die wat subtieler helpen, door bijvoorbeeld achteraf troost te bieden of de leerkracht te gaan halen. In een doorsnee groep neemt ongeveer 15-25% van de kinderen deze rol op zich. Maar het grootste aantal kinderen (25-40%) kiest voor de rol van ‘buitenstaander’. Dat zijn kinderen die het pesten zien, het afkeuren en vervolgens afstand nemen en niets doen.”

Altijd reden voor een goed gesprek

“Ook als jouw kind tot de groep ‘buitenstaanders’ behoort, is het zinvol om met je kind in gesprek te gaan over zijn/haar rol in de groep. Je kind wordt weliswaar niet gepest, is geen pester en pest niet mee. Maar het houdt het pestprobleem wel in stand door de ogen ervoor te sluiten en niets te doen. Bovendien leert je kind ook weinig in deze rol; het wordt er zelf ook niet weerbaarder van. Terwijl het voor een kind dat gepest wordt een enorm verschil kan maken als het steun ervaart van andere kinderen. De stap van de rol ‘buitenstaander’ naar de rol van ‘helper’ hoeft helemaal niet groot te zijn. En je kunt je kind daarbij helpen door je kind met de juiste vragen zelf te laten nadenken over zijn of haar rol in de groep en mogelijke alternatieven.”

Een goed advies

“Als het gaat over praten met je kind over dit soort zaken, zien we dat veel ouders geneigd zijn met allerlei kant-en-klare adviezen te komen. Zo zou je als ouder van een kind dat kiest voor de rol van ‘buitenstaander’ makkelijk kunnen zeggen dat het een volgende keer moet opkomen voor het kind dat gepest wordt. En tegen een kind dat meeloopt of pest kun je als ouder zeggen dat het dit niet moet doen en dat het zich eens moet verplaatsen in het kind dat gepest wordt. Maar vaak gebeurt er maar heel weinig met dit soort goed bedoelde adviezen. Want onder het gedrag van je kind, gaat een hele wereld schuil aan gedachten en gevoelens. En hoe langer een pestprobleem bestaat, hoe meer ieders gedrag een patroon wordt. De rollen in de groep komen steeds vaster te liggen. Dan is er meer nodig dan een ‘goed advies’ om daadwerkelijk tot verandering te komen!”

Ga ontdekken!

“Wat wij als Stichting Omgaan met Pesten ouders (en professionals) leren tijdens onze workshops en cursussen is ze – in plaats van op een adviserende manier – op een meer ontdekkende manier met hun kind in gesprek te laten gaan. Daarbij is het de kunst om door open vragen te stellen, te achterhalen wat er echt in je kind omgaat. Wat denkt en voelt het in zo’n situatie dat een klasgenootje gepest wordt? En waarom kiest het dan voor het gedrag (en de rol) die het kiest? Van daaruit kun je dan ook samen met je kind gaan onderzoeken of andere gedachten zouden kunnen helpen om ook tot ander gedrag te komen in zulke situaties. Zo help je je kind als het ware ook om zelf alternatieven te ontdekken. En dan zal je zien dat je kind ook veel meer gemotiveerd is om ermee aan de slag te gaan. Al zullen ook dan nog veel kinderen het nodig hebben om te oefenen. Want anders denken is 1, anders doen is 2!”

Druk druk druk

“In onze moderne tijd is iedereen druk druk druk. Wat maakt dat ouders doorgaans wel dagelijks vragen hoe het was op school. Maar dat echte gesprekken over wat je kind voelde, dacht en deed in bepaalde situaties maar weinig gevoerd worden. Dat is zonde, want zowel voor ouder als kind zijn juist dit de waardevolle gesprekken!

Meer over de kracht van positief denken (gedachtekracht) bij het voorkomen en aanpakken van pesten lees je in het tweede deel van het interview met Mirelle Valentijn!

MEER INFORMATIE