WAAROM VEEL PUBERS ONZEKER ZIJN!

Is jouw puber soms onzeker? Dat hoeft op zich geen reden te zijn tot bezorgdheid. Want onzekerheid hoort er (tot op zekere hoogte) bij in de puberteit. De puberteit is voor kinderen namelijk een periode van grote veranderingen op allerlei vlakken. En deze veranderingen kunnen je kind (tijdelijk) onzeker maken. In dit artikel lees je wat maakt dat puberteit en onzekerheid zo met elkaar verbonden zijn!

Lees ook onze tippagina ‘Onzekerheid bij pubers, wat kun je eraan doen?’.

De invloed van vrienden

Vanaf de leeftijd van 12 jaar begint het gevoel van zelfwaardering bij de meeste pubers te dalen. Dit heeft ermee te maken dat kinderen zich in deze leeftijdsfase steeds meer gaan richten op en meten aan leeftijdsgenoten. Waar ouders tot dan toe de belangrijkste (voorbeeld)rol speelden, verschuift de focus in de puberteit steeds meer naar vrienden. Het wordt steeds belangrijker om ‘erbij te horen’. Goedkeuring en bevestiging uit de groep zijn ook zeer belangrijk voor het gevoel van eigenwaarde. Voor pubers betekent dit veelal dat men ‘net zo wil zijn’ als die populaire jongens en meiden waar men bij wil horen. Daar moet je als puber (gevoelsmatig) veel voor doen en er hangt veel vanaf! Dat kan onzeker maken.

Focus op uiterlijk

En net in de periode dat de goedkeuring van vrienden zo belangrijk is, treden er allerlei lichamelijke veranderingen op waar je nauwelijks invloed op kunt uitoefenen. Pubers kunnen zich (met momenten) heel onzeker voelen over hun (veranderende) lichaam. Dit wordt versterkt doordat pubers geneigd zijn om zich voortdurend te vergelijken met anderen in het ontwikkelen van hun eigen identiteit. De ideaalplaatjes die ze daarbij de hele dag tot zich nemen via social media werken daarbij natuurlijk niet bepaald bevorderlijk voor het gevoel van zelfvertrouwen.

Nieuwe omgeving

Aan het begin van de puberteit maken kinderen de overstap naar de middelbare school. Maar ook later in de puberteit, als je kind begint aan een vervolgstudie, kan onzekerheid opnieuw de kop op steken. Je kind komt namelijk in een nieuwe omgeving, met nieuwe ‘regels en afspraken’ waar het aan moet wennen. Het moet zich een plekje verwerven in een nieuwe groep. En er zijn ook allerlei nieuwe eisen die worden gesteld. Zoals op de middelbare school bijvoorbeeld het maken van huiswerk, proefwerken en werkstukken. En bij een vervolgopleiding misschien presentaties geven voor een groep of stage lopen. Dit kan bij je kind allerlei vragen en twijfels oproepen. ‘Kan ik dat wel?’, ‘Durf ik dat wel?’, ‘Wat als ik het verpruts?’ of ‘Zal men mij niet stom vinden?’.

Het puberbrein

En dan is het nog zo dat ook het brein een enorme ontwikkeling doormaakt tijdens de puberteit. Doordat het brein volop in ontwikkeling is, kan de gemiddelde puber (nog) niet wat een volwassene kan op het gebied van planning en organisatie. Helaas willen de volwassenen in de omgeving van de puber dit nogal eens vergeten! Er wordt namelijk best veel van jongeren gevraagd op dit gebied. En als dit niet lukt, wordt snel gedacht dat er sprake is van onwil. Terwijl er heel vaak ook sprake is van onvermogen. Wanneer pubers regelmatig tegen dit soort zaken aanlopen en negatieve reacties krijgen uit hun omgeving, kan hen dit op den duur ook doen geloven dat ze het nooit goed doen, niet goed genoeg zijn, etc.

Lees meer over het puberbrein in dit interview met twee onderzoekers van de Universiteit Maastricht.

Het juiste perspectief

In de puberteit verandert er dus veel, op allerlei gebieden. En er worden tal van nieuwe eisen aan je gesteld. In die zin is het ‘normaal’ dat je daardoor gaat twijfelen of je wel aan deze eisen kunt voldoen. En ook zo nu en dan de inschatting maken dat iets gaat mislukken, is ‘normaal’. Wat bij pubers echter vaak anders gaat dan bij volwassenen, is dat het voor pubers lastiger is om dingen te relativeren en in het juiste perspectief te zien. Dit maakt dat sommige pubers de gevolgen van ‘een mislukking’ te groot inschatten. Iets wat objectief gezien ‘vervelend’ is, kan in de ogen van een puber aanvoelen als iets ‘verschrikkelijks’. Waardoor hij of zij zich ook echt diep ongelukkig kan gaan voelen.

Spiraal

Het feit dat ‘falen’ voor pubers, zoals hierboven beschreven, een enorme impact kan hebben, maakt hen ook gevoeliger om in een negatieve spiraal terecht te komen. Dit gebeurt wanneer een puber, door een negatieve ervaring of soms ook alleen de angst voor een negatieve ervaring, bepaalde situaties gaat vermijden. Waardoor de onzekerheid als het ware in stand wordt gehouden. Want als je het niet probeert, kun je ook niet ervaren dat het (uiteindelijk) wel lukt. Of dat het eigenlijk wel mee viel en je jezelf onnodig gek hebt gemaakt. Als je door confrontaties uit de weg te gaan, niet dit soort ‘succeservaringen’ op kunt doen, wordt het ook lastiger om je zelfvertrouwen op te bouwen.

Bronnen:

We hopen dat dit artikel je geholpen heeft. Wil je meer weten of heb je nog vragen? Chat met ons! We denken graag met je mee.

MEER INFORMATIE