WAAROM DE TAALONTWIKKELING VAN KINDEREN ZO BELANGRIJK IS…

In gesprek met Jo van Gelder
In gesprek met Jo van GelderConsulent taalstimulering / Logopedist bij BCO Onderwijsadvies

Taalontwikkeling is ontzettend belangrijk voor de algehele ontwikkeling van kinderen. Daarom ook dat er vanuit de overheid steeds meer aandacht is voor vroege signalering van taalachterstanden bij peuters. Consulent taalstimulering Jo van Gelder is in alle gemeenten in Maastricht-Heuvelland betrokken bij deze zogenaamde VVE-aanpak. Wij vroegen hem waarom de taalontwikkeling zo belangrijk is voor kinderen. En daar blijkt veel over te vertellen… Je leest het allemaal in dit interview!

Over het belang van taalontwikkeling

“Taal is het voertuig van de geest’, wordt weleens gezegd. En dat is ook zo. Als kinderen de taalontwikkeling niet goed hebben doorlopen, heeft dat gevolgen voor de rest van hun ontwikkeling. Om te beginnen heb je taal nodig om goed te kunnen communiceren met volwassenen en andere kinderen. Als dat niet lukt, heeft dat vaak impact op je gevoel van welbevinden. En als je niet goed in je vel zit, is het ook veel lastiger om op andere gebieden in ontwikkeling te komen en te blijven. Daarnaast is taal natuurlijk ook heel sterk verbonden aan de hele denkontwikkeling. Je hebt taal nodig om logisch te kunnen redeneren, problemen op te lossen.”

Taal en sociaal emotionele ontwikkeling

“Als kinderen te weinig taal hebben, gaan ze na verloop van tijd ervaren dat ze anderen niet begrijpen en dat de anderen hen ook niet goed begrijpen. Bij peuters is dat meestal nog niet zo’n probleem. Die spelen ook samen zonder taal. Peuters spreken tégen elkaar maar nog niet mét elkaar. Kleuters gaan met elkaar overleggen wat en hoe ze gaan spelen. Als je dan als 4-jarige niet goed kunt communiceren, heeft dit onmiddellijk gevolgen voor je sociale en emotionele ontwikkeling. Vaak zie je dat deze kinderen dan niet graag meer naar school komen omdat andere kinderen niet met ze willen spelen. Ook zijn ze wat kwetsbaarder voor pesterijen, omdat ze woorden anders uitspreken. En als je dan weet dat kinderen zich alleen maar ontwikkelen als ze goed in hun vel zitten, dan zie je hoe basaal die taalontwikkeling daarin is!”

Taal stimuleren

“De eerste voorwaarde voor een goede taalontwikkeling is natuurlijk dat je goed kunt horen. Daarna komt de kwaliteit van het contact met andere kinderen en volwassenen. Want taal leer je alleen in het contact met andere mensen. De omgeving is in die zin dus een heel belangrijke factor in het stimuleren van de taalontwikkeling. Kinderen zijn uit zichzelf gemotiveerd om taal te imiteren. Je hoeft niet tegen een kind te zeggen ‘zeg mij eens na’. Dat doen kinderen vanzelf. Kinderen hebben dus veel innerlijke ontwikkelkracht. Maar als je dat niet eruit haalt, raken kinderen achter. In de ouderbijeenkomsten leren we ouders hoe ze dit kunnen doen.”

Lees ook: 5x zo stimuleer je de taalontwikkeling van je kind – Tips van Jo van Gelder consulent taalstimulering

Praten tegen baby’s

“De taalontwikkeling van kinderen begint al vanaf de geboorte. Daarom is het ook zo belangrijk om veel tegen baby’s te praten. Bijvoorbeeld bij het verschonen. Benoem in heel eenvoudige taal wat je doet. Je kindje zal niet begrijpen wat je zegt en praat natuurlijk ook niet terug. Maar er blijft wel degelijk iets hangen. Na verloop van tijd gaan baby’s zelf ook geluidjes terug maken. Zo leert een kindje al op een heel eenvoudig niveau wat wederkerigheid is in communicatie. Dit geven we vanuit BCO Onderwijsadvies ook mee aan de pedagogisch medewerkers bij de Kinderdagverblijven.”

Wat is een normale taalontwikkeling?

“Elk kind is natuurlijk anders, maar wij houden als richtlijn aan dat je bij een kind van 2 jaar ongeveer de helft van wat het zegt, moet kunnen begrijpen. Bij 3 jaar is dat 50-75% en bij 4-jarigen geldt dat ze 75-100% verstaanbaar moeten zijn in wat ze zeggen. De klanken hoeven dus nog niet allemaal goed te zijn. Als een buitenstaander maar kan begrijpen wat het kind wil zeggen. Daarnaast geldt als richtlijn dat een 2-jarig kind zinnen van 2 à 3 woorden zou moeten maken, een 3-jarig kind zinnen van 3 à 4 woorden en 4-jarigen zinnen van 5 à 8 woorden. Als we als BCO Onderwijsadvies door een KDV gevraagd worden om een kindje te komen observeren, kijken we altijd naar het totale beeld. Niet alleen naar de taal of spraak. Maar ook naar de samenhang met de motoriek, het spel en de sociaal emotionele ontwikkeling. Wat de motoriek betreft zie je trouwens vaak dat jongens zich wat sneller ontwikkelen. En meisjes zijn vaak wat sneller op het gebied van taal. Dit trekt op een gegeven moment wel weer gelijk…”

De schade van speentjes

“Wat ik in de praktijk heel vaak tegenkom, zijn kinderen die een goede woordenschat hebben en lange zinnen maken, maar onvoldoende verstaanbaar spreken. En dat komt vaak grotendeels door langdurig speengebruik. Daarom is het zo belangrijk om de speen zo vroeg mogelijk weg te laten. En je kind in elk geval niet laten praten met de speen in de mond. Want door dat ballonnetje kan de tong niet bewegen zoals het zou moeten, waardoor alle klanken verkeerd worden aangeleerd. Als de speen vervolgens uit de mond gaat, praten deze kinderen heel onduidelijk.”

Taalachterstand of taalstoornis?

“Er is een verschil tussen een taalachterstand en een taalstoornis. Bij een taalachterstand kan het zijn dat het taalaanbod van thuis onvoldoende was, of dat het kind een lange tijd niet goed hoorde. Door op-maat adviezen of een oudercursus kun je dan als ouders leren hoe je hier goed mee om kunt gaan, zodat de achterstand zich langzaam opheft. Bij een taalstoornis ligt het probleem in het kind zelf. Als dat aan de hand is, verwijzen we vaak door naar externe partijen als een particuliere logopedist, IVH, Adelante of Kentalis voor begeleiding of behandeling. Vanuit BCO Onderwijsadvies houden we ons dus enkel bezig met vroegtijdige onderkenning van taalproblematiek en niet met de behandeling ervan.”

Lokale verschillen

“Hoe vaak taalproblemen voorkomen?”, herhaalt Jo de gestelde vraag. “Dat verschilt nogal per gemeente. Er zijn gemeenten waar bij bijna de helft van de kinderen sprake is van een taal- of spraakprobleem. Niet dat zij allemaal professionele begeleiding nodig hebben; vaak is het een kwestie van onduidelijk spreken. In Vaals bijvoorbeeld is dit zo’n aandachtspunt dat de gemeente ervoor gekozen heeft om alle 3-jarigen door ons te laten observeren. Dit heeft overigens niets met het dialect in Vaals te maken. Want een tweetalige opvoeding is juist goed voor de taalontwikkeling. Dat zorgt immers voor een rijkere woordenschat. Wat ik bij anderstalige ouders wel altijd adviseer, is dat beide ouders in hun eigen moedertaal blijven praten en niet in gebrekkig Nederlands. Want dan wordt het wel een probleem voor het kind om de taal correct aan te leren. Laat ze buitenshuis dan zoveel mogelijk in aanraking komen met de Nederlandse taal. Bij een clubje of vereniging of speelkameraadjes in de straat.

MEER INFORMATIE