ZAKGELD: HOEVEEL GEEF JIJ JE KIND?

Wil jij ook zakgeld gaan geven aan je kind? En het zo in de praktijk te laten leren omgaan met geld? Goed idee en niet onbelangrijk. Kinderen die al jong geleerd hebben om te gaan met geld, doen het later financieel beter blijkt. Maar hoeveel zakgeld geef je je kind? En wat mag of moet het er mee doen? We zetten het in dit artikel per leeftijdsfase voor je op een rij!

6 tot 8 jarigen

De meest geschikte leeftijd om met zakgeld te beginnen is rond de 6 jaar. Je kind begrijpt dan de waarde van geld al een beetje. Het kan tellen en ook een beetje rekenen. Vanaf een jaar of 7 begrijpt je kind ook het principe van sparen. In het begin is enige begeleiding misschien wel nodig. Maar nu fouten maken, is alleen maar leerzaam en minder erg dan straks als het om andere bedragen gaat (lees: hogere). Hoeveel zakgeld? Volgens het Nibud is een halve tot anderhalve euro per week een goede richtlijn.

8 tot 10 jarigen 

Cijfers tonen aan dat negen van de tien kinderen in de leeftijd van 8 tot en met 10 jaar inkomsten heeft. Door zakgeld (75%), maar ook door zelf wat bij te verdienen (60%). De meest populaire bestedingen zijn boeken, speelgoed, (computer)spellen en sport- en hobbyartikelen. Er is verschil in bestedingspatroon tussen jongens en meisjes. De meiden geven vooral geld uit aan boeken en de jongens kopen met name (computer)spellen. Een kwart van de kinderen geeft het geld dat zij hebben vooral uit. Driekwart juist niet: zij sparen. Het Nibud hanteert een zakgeldrichtlijn van een tot twee euro per week.  

10 tot 12 jarigen 

In deze leeftijd heeft hooguit 5% van de kinderen geen eigen inkomsten. Qua besteding springen er bij jongens drie soorten artikelen eruit: (computer)games, hobbyartikelen en speelgoed. Bij meisjes is nauwelijks nog sprake van een topartikel, afgezien misschien nog van boeken. Minder dan de helft (41%) van de tieners krijgt bij het besteden van geld de volledige vrijheid en verantwoordelijkheid van de ouders. Sparen vindt 70% van de kinderen belangrijk en zet het geld dan vooral op een spaarrekening. De hoogte van het zakgeld ligt volgens Nibud idealiter tussen twee en een krappe drie euro.

12 tot 14 jarigen 

Met deze leeftijd neemt het aantal jongeren met betaalrekeningen toe en daalt het percentage dat een spaarrekening heeft. Meest populaire bestedingen zijn schoenen en uitgaan. Bij meisjes direct gevolgd door verzorgingsartikelen en bij jongens door (computer)games. Bij verzoeken om extra geld is een groot deel van de ouders gewillig. Meer dan de helft (57%) krijgt bij het besteden van geld de volledige verantwoordelijkheid van de ouders. 60% van de kinderen ervaart lastige zaken als het om geld gaat. Het gaat dan om de vaardigheden als alles op tijd betalen, je niet door reclame laten verleiden en prijsbewust zijn. De helft van hen spaart het geld dat zij hebben. De hoogte van het zakgeld ligt tussen een ruime twee en zes euro per week.

Vanaf 12 jaar geeft een deel van de ouders naast zakgeld voor het eerst ook kleed- en belgeld. Een berekening van het Nibud laat zien dat alle kleding, van sokken tot jas, voor tieners gemiddeld € 55,- per maand kost. In de praktijk betalen kinderen niet alle kleding van het kleedgeld. De meeste ouders geven € 50,- aan kleedgeld per maand. Wat betreft de hoogte van belgeld heeft het Nibud de richtlijn tussen de 5 en 10 euro per maand voor deze leeftijdsfase. Het ligt er natuurlijk ook aan welke afspraken je met je kind maakt over de besteding van het belgeld. Betaalt je kind ook mee aan de aanschaf van de telefoon en wie betaalt de kosten van internetgebruik… 

14 tot 16 jarigen 

Kinderen in deze leeftijdsfase krijgen overwegend zak- en/of kleedgeld (88%). Daarnaast heeft de overgrote meerderheid bijverdiensten of andere bronnen van inkomsten. Een betaalrekening is nu gemeengoed, in tegenstelling tot een spaarrekening. De meest populaire bestedingen zijn uitgaan, kleding en schoenen. Driekwart krijgt bij het besteden van geld de verantwoordelijkheid van de ouders. Nu is nog ongeveer de helft van de ouders gewillig bij verzoeken om extra geld. Het geld wordt meer direct weer uitgegeven (64%) dan dat er wordt gespaard. Risicovolle gedragingen als het vaak spelen om geld komt bij iets meer dan tien procent van de scholieren rond de 15 jaar voor, net zo vaak als het hebben van schulden. Gemiddeld krijgen kinderen in deze leeftijdsfase € 18,- per maand aan zakgeld. En wat betreft belgeld gemiddeld tussen de 8 en 10 euro per maand. Het kleedgeld blijft gelijk, rond de € 50,- per maand. 

16 tot 17 jarigen 

Bijverdienen is voor de overgrote meerderheid van 16-17 jarigen (85%) gebruikelijk. Ouders leveren vaak een bijdrage aan zak-, kleed- en belgeld. Een betaalrekening is gemeengoed. Driekwart van hen heeft een spaarrekening. Veruit de meest dominante bestedingscategorie is bij 16-17 jarigen het uitgaan. Meisjes hebben een tweede, even populair bestedingsdoel, namelijk kleding en schoenen. 75% krijgt bij het besteden van geld de verantwoordelijkheid van de ouders. Risicovolle gedragingen als het vaak aangaan van schulden en het vaak spelen om geld komt bij circa 10 procent van de kinderen voor. Gemiddeld wordt er tussen de 20 en 27 euro per maand geadviseerd aan zakgeld. De hoogte van het kleedgeld blijft ongewijzigd en qua belgeld is het advies van Nibud tussen de 10 en 15 euro.

Bron: www.nibud.nl

We hopen dat dit artikel je geholpen heeft. Wil je meer weten of heb je nog vragen? Chat met ons! We denken graag met je mee.

MEER INFORMATIE