STIMULEER DE ZELFSTANDIGHEID VAN JE KIND! 10 TIPS

Zelfstandigheid geeft een kind een gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen. Kinderen willen zich van nature ontwikkelen en als ze de ruimte en het vertrouwen krijgen, zullen ze normaal gesproken de kans grijpen om zelfstandig te zijn. Door je kind leerervaringen te bieden, zonder het te overvragen, krijgt je kind succeservaringen en voelt het zich competent. Hoe je de zelfstandigheid van je kind kunt stimuleren? Wij geven je 10 tips!

Tip 1: Spelen in een uitdagende omgeving

Spelen is belangrijk voor de zelfstandigheid van kinderen. Spelen is voor kinderen per definitie leren. Een stimulerende omgeving met genoeg uitdagend (spel)materiaal en waarin het kind mag ontdekken en ruimte krijgt om te leren, is belangrijk. Je stimuleert je jonge kind het meest door het iets te laten doen dat het kan, mits een beetje hulp. Iets dat té gemakkelijk is, biedt immers geen uitdaging voor je kind. Iets dat té moeilijk is, geeft aan de andere kant dan weer onnodige frustraties voor je kind. Zoek dus een goed evenwicht en sluit met activiteiten en speelgoed aan bij het niveau van je kind en bij de ‘zone van de naaste ontwikkeling’ zoals dit genoemd wordt.

Tip 2: Geef het goede voorbeeld

In het artikel: ‘Loslaten van je kind, hoe doe je dat?’ lees je dat je kind over het algemeen 4 fasen doorloopt, in het zich eigen maken van nieuwe vaardigheden. Dit zijn: voorbeeld volgen, samen doen, alleen proberen en zelf doen. Jij bent dus al vanaf een heel vroeg stadium voorbeeld voor je kind, zoals jij het doet zal je kind proberen het na te doen. En goed voorbeeld, doet goed volgen!

Tip 3: Stimuleer de zelfredzaamheid en geef opdrachtjes

Stimuleer allereerst de zelfredzaamheid van je kind. Zichzelf een boterham smeren, drinken pakken, wassen en aankleden zijn allemaal basisvaardigheden voor de zelfstandigheid. Als je kind een kleuter is (of zelfs nog peuter) kan het al heel wat basisvaardigheden uitvoeren. Je kunt je kind dan kleine opdrachtjes gaan geven. Denk bijvoorbeeld aan opruimtaakjes na het spelen. Ook kun je je kind betrekken bij huishoudelijke karweitjes. Kinderen vinden het meestal heel leuk om mama of papa te helpen. De was opvouwen, helpen bij het koken, dekken en afruimen van de tafel of helpen bij het tuinieren. Naarmate je kind ouder wordt, kunnen de taakjes moeilijker worden en langer duren. En ‘een heitje voor een karweitje’, werkt ook heel stimulerend!

Tip 4: In kleinere stapjes opdelen

Sommige vaardigheden zijn te ingewikkeld (zeker voor jonge kinderen) om in één keer te leren. Bijvoorbeeld tanden poetsen, veters strikken of bij een ouder kind alleen fietsen. In dat geval kun je de vaardigheid opdelen in kleinere stapjes. Dat doe je zo:

  • Vraag je kind wat de eerste stap is: ‘Wat doe je als eerste bij tanden poetsen?’
  • Vertel het hem als hij het niet weet: ‘Eerst pak je de tandenborstel en daar doe je wat tandpasta op. Kun je me dat laten zien?’
  • Doe het voor als je kind niet weet hoe het moet. En laat het hem daarna zelf doen terwijl je hem helpt. Hou bijvoorbeeld zijn handen vast als hij in de tube knijpt.
  • Prijs je kind als het meewerkt. Geef ook een complimentje bij alles wat goed gaat.

Herhaal deze onderdelen voor elke stap van de vaardigheid. In dit voorbeeld zijn de volgende stappen: het poetsen, de mond spoelen, tandenborstel afspoelen en deze en tandpasta opbergen. Iedere keer dat je kind de vaardigheid oefent, geef je minder hulp. Zo leert je kind het vanzelf.

Tip 5: Fouten maken mag en neem de tijd

In het proces naar zelfstandigheid loopt er meer dan eens iets fout. Je kind wil je helpen bij het dekken van de tafel maar laat de hagelslag uit de handen vallen of het gooit per ongeluk de lepel met het lege yoghurtpotje mee de vuilnisbak in. Je kind probeert het goed te doen maar dit lukt natuurlijk niet meteen al de eerste keer. Stel je kind dan gerust, fouten maken mag. Ben je gevoelig voor rommel, bereid dan een en ander voor. Oude kranten onder de stoel van je kind bijvoorbeeld… Ook kost iets nieuws leren tijd. Af en toe is er geen tijd en moet het even snel, dat kan en mag. Maar probeer bij de dagelijkse dingen extra tijd in te calculeren. Uiteindelijk levert het tijdwinst op 😉

Tip 6: Begeleiden, niet leiden

Frustratie bij je kind zal hoe dan ook voorkomen, als iets na 10 keer proberen nog niet lukt. Ga niet mee in een boze bui van je kind: “Ik kan het niet”, door het over te nemen. Probeer met een klein beetje hulp je kind het gevoel te geven het zelf gedaan te hebben. Of vraag ‘zullen we het even samen doen?’ in plaats van het zonder waarschuwing over te nemen. Daag je kind uit als het ‘t lastig vindt om nieuwe dingen te leren, om dit wel te doen. Spreek je vertrouwen in je kind uit en stel voor om nieuwe dingen samen te proberen. Bedenk samen oplossingen of laat je kind deze eerst zelf bedenken: “wat zou je kunnen doen dat het wel lukt?” Moedig je kind aan.

Tip 7: Geef complimenten!

Bij al deze zaken is het natuurlijk ook belangrijk om je kind hiervoor te prijzen. Je geeft je kind het meest zelfvertrouwen door positief te zijn en complimentjes te geven. En bij een ouder kind daarnaast ook door eerlijk te zijn. Zeg je kind dan ook wat er naast goed, fout ging. Zo leert je kind zijn talenten. maar ook zijn fouten kennen. En als het de volgende keer dan wel lukt, groeit je kind des te meer. Zelfvertrouwen betekent dat een kind weet wat het kan, dat het vertrouwen heeft in de dingen die het doet. Kinderen hebben zelfvertrouwen nodig om stappen te zetten, zoals de eerste keer naar een sportvereniging of een clubje gaan of dingen aan te kunnen als een toets maken.

Tip 8: Betrekken bij het dagelijks leven buitenshuis

Naarmate je kind ouder wordt, wordt de wereld van je kind steeds groter. Betrek je kind dan ook meer en meer bij het dagelijks leven buitenshuis. Naar de bakker om de hoek gaan en dan je kind ook eens het brood laten bestellen. Laat je kind in de supermarkt helpen met boodschappen doen en met afrekenen. Naar de bibliotheek met de fiets en dan je kind zelf boekjes laten uitkiezen. Laat je kind voorop lopen naar het speeltuintje in de buurt. Samen stukjes fietsen en als je kind wat ouder is en de regels meer en meer weet, het steeds verder voorop laten fietsen. En laat het dan ook met een vriendje of oudere broer of zus alleen bij de bakker broodjes halen.

Tip 9: (Sociale) regels leren

Bij het zelfstandig worden, hoort ook het leren van de gebruikelijke standaarden zoals (sociale) regels. Als ouder ben je vaak degene die je kind als eerste bewust met deze regels in aanraking brengt. Je doet dit door uit te leggen waarom die regel belangrijk is en het goed is deze te volgen. Een voorbeeld van een sociale regel is: ‘in de wachtkamer bij de dokter doen we zachtjes’ en als uitleg: ‘want bij de dokter komen zieke mensen. En lawaai kan voor zieke mensen erg vervelend zijn’. Een voorbeeld van een ander soort regel uitleggen aan je kind is als je met je kind gaat fietsen en je de verkeersregels uitlegt. Als je je kind aanspreekt op een regel is het belangrijk dat je wijst op de gevolgen van zijn gedrag naar anderen, maar je kind zelf niet beoordeelt als goed of fout/stout.

Tip 10: Eigen dingen laten doen

Daarnaast is het ook belangrijk dat je aan je kind in de basisschoolleeftijd de ruimte geeft om eigen dingen te doen. Laat je kind een hobby of sport kiezen. Laat het eens slapen bij een vriendje, zelf zijn/haar kamer inrichten, zelf kleren kiezen, alleen naar het speelveldje in de buurt, zelfstandig lopen naar school en naar verloop van tijd zelfstandig fietsen. Ook kan je kind dan zo rond 10 jaar een poosje alleen thuis zijn. Dit betekent niet dat je je kind moet loslaten en laten doen waar het zin in heeft. Als ouder volg je wat je kind allemaal doet en controleer je of het in orde/veilig is: waar gaat hij naartoe en met wie? Ook praten jullie er samen over, leg je dingen uit en luister je naar wat je kind wilt en kan. En stel je bij als het nodig is.

We hopen dat deze tips je geholpen hebben. Wil je meer weten of heb je nog vragen? Chat met ons! We denken graag met je mee.

MEER INFORMATIE