VERLIEFDHEID BIJ KINDEREN

Gastbijdrage van Jolanda Huveners
Gastbijdrage van Jolanda HuvenersJeugdverpleegkundige GGD Zuid-Limburg

Slecht nieuws voor alle vaders en moeders: hoe stapel jullie kinderen ook op jullie zijn, er komt een moment dat ze niet meer met jullie willen trouwen! Verliefdheid, kriebels in je buik, iedere volwassene kent het wel. Maar hoe het zit met verliefdheid bij kleuters en kinderen? Vanaf wanneer kunnen ze verliefd worden? Hoe herken je verliefdheid bij jouw kind? En hoe ga je ermee om? Je leest het in deze gastbijdrage van Jolanda Huveners van GGD Zuid-Limburg!

Verliefdheid, hoe werkt dat?

Bij verliefdheid maken je hersenen bepaalde stofjes aan waardoor je je erg gelukkig gaat voelen. Dit geluk is echter verslavend:  je hebt steeds meer nodig om je gelukkig te blijven voelen. Het hormoon dat zorgt voor de verliefde gevoelens moet dus steeds opnieuw worden aangemaakt. En dat is precies de drijvende kracht achter verliefdheid! Als je verliefd bent, wil je steeds meer en vaker in de buurt zijn van degene op wie je verliefd bent. Want dan blijven je hersens dat stofje aanmaken. En zo kan verliefdheid een obsessie worden! De andere kant van verliefdheid is dat het serotonineniveau daalt. En dit stofje heeft juist een kalmerende werking op ons. In feite wordt iemand die verliefd is dus wat minder ‘gekalmeerd’. Daardoor blijf je als je verliefd bent ook wat onrustig en onzeker. En dat wakkert de obsessie om bij elkaar te willen zijn (en bevestiging te krijgen) vaak verder aan.

Verliefdheid bij Kleuters

Bij kleuters kun je niet spreken van verliefdheid zoals hierboven beschreven. Wat je bij kleuters wel ziet, is dat er al echte vriendschappen kunnen ontstaan. Kleuters kunnen een speciale voorkeur hebben voor een bepaald vriendje of vriendinnetje. Ze vinden diegene heel aardig en speciaal en willen het liefst de hele dag met de ander spelen. Bij kleuters kan het ook zomaar voorkomen dat ze ‘verliefd worden’ op iemand van hetzelfde geslacht. Of op een volwassene; de juf of een van de ouders. Dit zegt niets over de seksuele geaardheid van het kind.

Voor een kleuter is verliefd zijn dus niet meer dan samen spelen. Bij verliefdheid op jonge leeftijd is er meestal ook nog geen sprake van lichamelijke intimiteit. Bij kleuters spelen de geslachtshormonen namelijk nog geen rol bij de verliefde gevoelens. Vaak hebben de kinderen zelf ook helemaal geen behoefte om elkaars handjes vast te houden of kusjes te geven. Wij als volwassenen zijn geneigd om, als een jongetje en een meisje vaak met elkaar spelen en elkaar aardig lijken te vinden, te vragen of ze verliefd zijn of later gaan trouwen. Meestal is het dus de omgeving die begint te praten over ‘verliefdheid’. En de kinderen leren daardoor dat hun gevoel van ‘iemand speciaal vinden’ verliefdheid genoemd wordt.

Ook al is kleuterverliefdheid dus niet te vergelijken met de verliefdheid die wat oudere pubers en volwassenen ervaren, het is wel iets wat serieus genomen dient te worden! Want in deze fase worden kinderen zich ook bewust van de mening van anderen over hen. Verliefdheid kan een kleuter confronteren met afwijzing en dit maakt kwetsbaar. Onzekerheid kan dan de kop opsteken. De ene kleuter uit dit in verlegenheid, de andere juist in stoer gedrag. Het beste is dit enige tijd op zijn beloop te laten, zodat het kind leert dat het niet altijd verder komt met dit verlegen of stoere gedrag.

Jongen en meisje op bankje in park

Verliefdheid bij Kinderen

Vanaf een jaar of 8 á 9 worden kinderen vaker verliefd op leeftijdsgenootjes van het andere geslacht. Vaak krijgen ze rond deze tijd ook voor het eerst verkering. En in deze fase kunnen verliefdheid en verkering hebben, gevoelsmatig net zo ‘heftig’ zijn als voor volwassenen. Een 8-jarige begrijpt het verschil tussen een vriendschap en verliefdheid en kan daardoor erg verlegen worden over zijn verliefde gevoelens. Net als bij volwassenen vindt een kind dat verliefd is, de ander erg leuk en lief. En vaak maakt dit dat ze graag bij de ander in de buurt willen zijn. Wanneer de ander aardig doet, brengt dat een goed gevoel. En als niet zeker is of de ander hen ook leuk vindt, leidt dit tot spanning en onzekerheid. Blijkt dat de gevoelens niet wederzijds zijn, volgt een ongelukkig gevoel.

Waar het grote verschil zit tussen verliefdheid bij basisschoolkinderen en volwassenen, is de manier waarop kinderen ermee omgaan. Op de basisschool willen kinderen meestal geen lichamelijk contact met degene waarop ze verliefd zijn. Het verliefd zijn beperkt zich als het ware tot het hebben van ‘een speciaal gevoel’ voor de ander. Fysiek gaat het doorgaans niet verder dan handjes vasthouden. Wat je verder ziet op deze leeftijd, is dat jongens meer met jongens willen spelen en de meisjes met de meisjes. Ondertussen vinden ze het andere geslacht wel interessant en kan er een soort ‘spanning’ ontstaan. Spelletjes zoals jongens-meiden tikkertje of zoen tikkertje worden veel gespeeld. Meisjes gaan dagdromen, giechelen en hartjes tekenen. De jongens gaan zich stoerder gedragen en de meiden plagen. Evengoed kunnen kinderen zich heel zenuwachtig voelen als ze er niet zeker van zijn dat de ander hen ook leuk vindt. En ze kunnen net zo ongelukkig zijn als ze merken dat dat niet het geval is.

Tips voor ouders

  • Neem de verliefde gevoelens van je kind serieus en accepteer ze. Het kan grappig of schattig overkomen maar de verliefde gevoelens van kinderen zijn echt.
  • Praat op jonge leeftijd al over verliefdheid. Verliefdheid wordt op deze manier een normaal onderwerp en je kind krijgt het gevoel bij je terecht te kunnen met zijn gevoelens. Maak eventueel gebruik van boekjes om te praten over verliefd zijn en seksualiteit. Bijvoorbeeld de boekjes van Sanderijn van der Doef.
  • Geef zoveel mogelijk het goede voorbeeld van een liefdevolle relatie. Kinderen spiegelen zich aan hun ouders. Als je als ouders laat zien dat jullie het leuk hebben samen, elkaar af en toe een zoen geven of omhelzen, geef je dit aan je kinderen mee voor de toekomst.
  • Knuffel met je kinderen! Onderzoek toont namelijk aan dat als je je kind regelmatig op een liefdevolle manier knuffelt, het doorgaans beter weet wat het fijn en niet fijn vindt. Bovendien wordt de ‘honger naar fysiek contact’ daardoor minder obsessief. Hierdoor is de kans kleiner dat je kind later snel over z’n grenzen gaat en/ of te snel in een relatie duikt.

Maak je je zorgen over een specifieke situatie en wilt je een persoonlijk advies? Stel je vraag aan het CJG043 (via chat of mail) of neem contact op met de jeugdverpleegkundige van de GGD.

MEER INFORMATIE