LOSLATEN VAN JE KIND, HOE DOE JE DAT?

Kinderen willen zich van nature ontwikkelen, groeien. Ze hebben ruimte nodig om dingen te leren en te ervaren. Opvoeden is dan ook je kind stukje bij beetje loslaten en het de ruimte geven voor zelfstandigheid. Voor veel ouders de moeilijkste opgave van het ouderschap. Want als ouder bepaal jij wanneer en in hoeverre jij je kinderen loslaat. In een maatschappij die lijkt te verharden en waar steeds minder sociale controle is, is dit niet eenvoudig. Hoe pak je dit aan? Belangrijk is dat je luistert naar je eigen gevoel, kijkt naar je kind en naar de omgeving.

Wanneer loslaten?

Iedere leeftijdsfase vraagt om een beetje meer loslaten en het kan best lastig zijn om zelf te bepalen waar je als ouder gaat loslaten en op welke punten je nog even de touwtjes in handen wilt houden. Je moet in de eerste plaats voldoende vertrouwen hebben in het kunnen van je kind om het op bepaalde punten los te durven laten. Je kind moet bijvoorbeeld veilig kunnen fietsen en de verkeersregels kennen, voordat het alleen mag gaan fietsen. Maar of je je kind op een bepaald vlak los kunt laten, is maar gedeeltelijk persoons- of leeftijdsafhankelijk. Vaak spelen ook factoren buiten je kind een belangrijke rol. Zo kan bijvoorbeeld een kind in een klein rustig dorp al eerder toegestaan worden zelfstandig te gaan fietsen dan een kind in de grote stad met veel druk verkeer.

Waarom is loslaten zo belangrijk?

Om iets goed te kunnen leren moet je het ervaren en doen en daar de ruimte voor krijgen. Door je kind stukje bij beetje los te laten, geef je het deze ruimte en bouwt het zelfvertrouwen en verantwoordelijkheidsgevoel op. Wanneer kinderen veel dingen uit handen genomen wordt, leren ze niet zelf om te gaan met situaties en krijgen ze niet de kans vertrouwen in hun eigen kunnen op te bouwen. Ook kan een kind het idee krijgen dat het dingen niet kan, want waarom staan zijn/haar ouders het anders niet toe?

Proces naar zelfstandigheid

Zelfstandig worden is een proces dat al start in de babytijd. Je kind leert in het eerste levensjaar onder andere al zelfstandig zitten, staan en soms al lopen. In het zich eigen maken van nieuwe vaardigheden, doorloopt je kind over het algemeen 4 fasen: voorbeeld volgen, samen doen, alleen proberen en zelf doen. Jij bent al vanaf een heel vroeg stadium voorbeeld voor je kind, zoals jij het doet zal je kind proberen het na te doen. Dit lukt niet meteen en daarom help je, jullie doen het samen. Totdat je kind het probeert zelf te doen en dit ook (steeds beter) kan, waardoor je je hulp vermindert. Je begeleidt je kind zo stapje voor stapje naar zelfstandigheid.

Omgaan met je eigen angsten en bezorgdheid

Als je bezorgd bent, ben je alert. Dit is nodig om je kind te beschermen en de veiligheid te bieden die het nodig heeft. Het is ook normaal, dat gevoel van verantwoordelijkheid voor iemand anders kun je niet uitzetten. Teveel bezorgdheid kan er echter voor zorgen dat je kind te weinig zelfvertrouwen of heel weinig verantwoordelijkheidsgevoel ontwikkelt. Je kind kan het ook als een last gaan ervaren en kan dan vanuit verzet juist die situaties gaan opzoeken. Als ouder moet je er dan ook steeds voor waken om niet de eigen gevoelens en twijfels teveel te projecteren op je kind.

Grenzend begeleiden

De balans tussen het teveel willen uiten van je bezorgdheid en het moeten loslaten, wordt ook wel ‘grenzend begeleiden’ genoemd. Hiervoor zijn twee gouden regels:

  1. Leer jezelf als ouder kennen. Denk na over vragen zoals: waar liggen mijn grenzen? Wat verwacht ik van mijn kind en wat mag ik verwachten? Het is handig om hier zo nu en dan (met je partner of andere ouders) over na te denken en over te praten.
  2. Leer je kind kennen en probeer je eigen verwachtingen soms los te laten. Hoeveel begeleiding vraagt je kind? Begrijp ik mijn kind eigenlijk wel? Welke signalen zendt mijn kind uit en hoe reageer ik daarop?

Hoe leer je loslaten?

Door je kind (meer bewust) te begeleiden naar zelfstandigheid, leer je je kind steeds beter kennen en krijg je meer vertrouwen in het kunnen van je kind. Hierdoor wordt het loslaten gemakkelijker. Tot de peuter- en kleuterleeftijd gaat zelfstandigheid veelal over het aanleren van vaardigheden, zodat je kind zelf(standig) dingen kan doen. Je kind wil op deze leeftijd ook graag ‘zelluf doen’. Het creëren van kansen en bieden van (veilige) ruimte om dingen zelf te doen is dan van belang.

Als je kind in de basisschoolleeftijd en in de puberteit is, komt het leren van meer complexe taken aan bod. Probleemoplossend denken is dan een vaardigheid die je kind zich eigen leert maken. Ook wordt de wereld van je kind steeds groter en het leren van (sociale) regels is dan nodig. Zelfstandigheid gaat immers niet alleen om de verantwoordelijkheid kunnen dragen voor zichzelf en zijn daden, maar ook om het in staat zijn zich sociaal en verantwoord op te stellen naar anderen. Hoe je je kind kunt begeleiden en de zelfstandigheid kunt stimuleren? Wij geven je tips in onderstaande artikelen.

Bronnen:

We hopen dat dit artikel je geholpen heeft. Wil je meer weten of heb je nog vragen? Chat met ons! We denken graag met je mee.

MEER INFORMATIE

2018-04-16T16:01:26+00:00