7 TIPS VOOR HET OMGAAN MET BOOSHEID EN WOEDEAANVALLEN VAN JE PEUTER

Peuters staan er om bekend enorme driftbuien te kunnen hebben. Het is niet voor niets dat er wel gesproken wordt over de peuterpuberteit! Op deze leeftijd ontdekken kinderen steeds meer dat ze een individu zijn. Met eigen behoeftes en wensen. Ze willen heel graag hun eigen wil doordrijven en ze proberen ook heel erg uit waar de grenzen liggen. Je kind gaat dus testen wat wel en niet mag en leert zo wat er van hem verwacht wordt. Dit kan gepaard gaan met woedeaanvallen en flinke hoeveelheid boosheid. Hoe ga je daarmee om als ouder? Wij geven je een aantal tips!

Tip 1: Weet dat boosheid, woedeaanvallen en driftbuien bij een gezonde ontwikkeling horen!

Hoewel je geduld behoorlijk op de proef gesteld kan worden door dit negatieve gedrag van je kind, is het belangrijk je te (blijven) realiseren dat boosheid, woedeaanvallen en driftbuien er gewoonweg bij horen. Vanaf 1,5 jaar kan je kind driftbuien krijgen en tussen 2 en 3 jaar komen deze buien bij de meeste kinderen regelmatig voor. Dit heeft te maken met verschillende factoren. Allereerst hebben peuters nog geen controle over hun impulsen en emoties. Daarnaast speelt mee dat peuters zich nog niet kunnen uiten in woorden. Boosheid wordt dus gecommuniceerd door te gillen, krijsen, huilen, stampen, slaan, gooien of op de grond liggen. Wat ook een rol speelt, is dat je peuter graag alles zelf wil doen. Soms lukken dingen nog niet en dat leidt dan tot frustratie.

Tip 2: Probeer frustratie te voorkomen

Voor je kindje en ook voor jezelf is het niet fijn wanneer jij de hele dag maar ‘nee’, ‘voorzichtig’ en ‘afblijven’ roept. Dit werkt frustrerend en kan op den duur tot een driftbui leiden. Natuurlijk hoef je niet alles weg te zetten (je kindje moet ook leren dat sommige dingen niet mogen), maar het is wel verstandig om de dagelijkse omgeving zoveel mogelijk in te richten op je peuter.

Wat ook helpt om frustratie en woedeaanvallen bij je peuter te voorkomen, is je kindje zoveel mogelijk duidelijkheid en voorspelbaarheid te geven. Als je kindje weet waar het aan toe is, wordt het minder verrast door de dingen. Veranderingen van bezigheid komen dan minder onverwacht, waardoor de kans kleiner is dat je kindje erop reageert in zijn gedrag. Zorg dus dat de dingen elke dag ongeveer in dezelfde volgorde verlopen en vertel je kindje wat je doet en wat er gaat gebeuren.

Ten slotte wil het bij peuters nogal eens goed werken om je kindje af te leiden, voordat het in een driftbui verzeild raakt. Is er iets wat je kindje per se wil of juist niet wil, ga niet de strijd aan, maar biedt je kind iets anders aan. Als je kindje bijvoorbeeld zijn schoenen niet aan wil doen boven, zeg dan “gaan we zo meteen een lekkere boterham eten?” Focus daarop door te vragen welk beleg het wil of voor te stellen dat het mag helpen met smeren. Trek ondertussen gewoon de schoentjes aan of neem ze mee naar beneden en trek ze op een later moment aan als je kind zijn verzet alweer vergeten is.

Tip 3: Geef richting

Kleine kinderen kunnen soms volledig overspoeld raken door hun eigen emoties en impulsen. Dat kan voor hen behoorlijk beangstigend zijn. Daarom is het goed als jij als ouder direct richting geeft als je kind uit boosheid bijvoorbeeld wil slaan of met iets gooien. Zeg duidelijk dat dat gedrag niet gewenst is en spreek uit wat je wel verwacht van je kindje. Bijvoorbeeld: ‘nee, niet gooien met je speelgoed want dan gaat het stuk! Kom maar even bij mama, dan help ik je met…’.

Tip 4: Verwoord de emoties van je kind

Peuters kunnen hun gevoelens nog niet verwoorden. Daarom is het goed om als ouder woorden te geven aan de emoties van je kind. Bijvoorbeeld: ‘ik zie dat je heel boos bent’. Daarmee weet het kind dat je het gezien hebt en dat dat het dus niet alleen is met die overweldigende emotie. Vaak helpt ‘er fysiek zijn’ ook om uit de driftbui te komen, door bijvoorbeeld een knuffel, een aai of even op schoot zitten.

Tip 5: Blijf in de buurt

Als je je kindje op de gang wil zetten vanwege zijn negatieve gedrag, bestaat de kans dat het zich afgewezen voelt. Dit kan (op den duur) leiden tot meer negatief gedrag. Daarom is het beter om je kind, als het echt niet wil luisteren, even bij jou in de buurt op een stoeltje te zetten. Leg je kind ook altijd uit waarom je dat doet. Zorg dat je kindje je kan blijven zien en maak de time-out niet te lang.

Tip 6: Blijf consequent

Als je kind maar blijft zeuren om de dingen die het wil of juist niet wil, kan het soms verleidelijk zijn om dan maar toe te geven om gekrijs en gedoe te voorkomen. Toch is het ontzettend belangrijk om dat niet te doen en consequent te blijven! Want toegeven is voor je kindje een beloning. Het leert dan dat huilen, krijsen en gillen ertoe leidt dat het zijn zin krijgt. Hierdoor zal het dit vaker gaan doen. Want zo slim zijn ze dan weer wel.

Tip 7: Blijf zelf rustig!

Als je kindje je het bloed onder de nagels vandaan haalt met zijn dwarse en negatieve gedrag, is het soms een hele uitdaging om zelf rustig te blijven. Toch heeft het absoluut geen zin om zelf ook te gaan schelden of schreeuwen. Loop even weg of haal een paar keer diepe adem als je merkt dat je zelf ook boos begint te worden. Herinner jezelf eraan dat de boosheid van je kindje niet persoonlijk op jou gericht is. Het hoort erbij en je kindje kan nog niet veel anders!

We hopen dat deze tips je geholpen hebben. Wil je meer weten of heb je nog vragen? Chat met ons! We denken graag met je mee.

MEER INFORMATIE