5 TIPS OM JE KIND TE LEREN OMGAAN MET ZIJN BOOSHEID

Waar driftbuien bij peuters veelal voortkomen uit het willen doordrijven van de eigen wil, geldt voor boosheid bij kleuters en basisschoolkinderen dat boosheid vaak veroorzaakt wordt door iets in de buitenwereld. Je kind maakt door de dag dingen mee waar het boos over wordt. Bijvoorbeeld in het contact met andere kinderen of door de eisen die op school worden gesteld. Doordat jij er als ouder lang niet meer altijd bij bent, moet je kind leren zelf om te gaan met moeilijke situaties en de emoties die daarbij komen kijken. In deze tippagina lees je hoe je je kind daarbij kan helpen!

Tip 1: Normaliseren en doseren!

Boos zijn is een hele normale emotie, die iedereen – jong en oud – weleens ervaart. Alleen kan het ene kind daar wat makkelijker mee omgaan dan het andere. Het beste is om het kind zijn boosheid niet te ontzeggen, maar wel uit te leggen dat het uiten van boosheid geen extreme vormen hoeft aan te nemen. Bijvoorbeeld: “je mag boos zijn, maar dat betekent niet dat je mag gaan gillen, slaan of schoppen.” Zoek samen naar een voor jullie beide prettige manier om de boosheid te uiten en te laten afvloeien. Leer je kind zijn boosheid op een rustige manier te benoemen en bekijk samen wat het vervolgens kan doen om weer rustig te worden. Misschien vindt je kind het fijn om letterlijk even buiten af te koelen of zich even terug te trekken op z’n kamer? Sommige kinderen worden rustig van muziek, anderen van tekenen. Probeer uit wat bij jouw kind past!

Tip 2: Biedt een luisterend oor

Je kind moet gaan leren om zelf lastige situaties op te lossen. Jij kunt je kind daarbij helpen door een luisterend oor te bieden. Laat je kind vertellen wat het heeft meegemaakt en troost je kind als dat nodig is. Probeer te luisteren zonder te oordelen. Dus niet: ‘jij zal ook wel iets gedaan hebben wat dat andere kind niet leuk vond’ of ‘jij bent ook wel eens kattig naar andere kinderen’. Maar stel vragen om helder te krijgen wat er precies gebeurd is.

Tip 3: Help je kind te ordenen

Wanneer kinderen onder de indruk zijn van hetgeen ze hebben meegemaakt, kost het ze vaak veel moeite om er een samenhangend (en voor de luisteraar) begrijpelijk verhaal van te maken. Probeer je kind dus te helpen om orde te scheppen in ‘het verhaal’. Wat gebeurde er eerst en wat gebeurde er daarna? En toen?

Tip 4: Help je kind te begrijpen

Als het gelukt is een samenhangend verhaal te maken van hetgeen er gebeurd is, kun je je kind helpen om het beter te begrijpen door samen te kijken naar oorzaak- en gevolgrelaties. Wat deed jij waardoor de ander op een bepaalde manier reageerde? En wat gebeurde er na jouw reactie? Hoe voelde jij je, toen je zo reageerde? En hoe denk je dat de ander zich toen voelde? Misschien ontdekken jullie zo wel dat je kind eigenlijk niet boos, maar meer teleurgesteld of verdrietig was?

Als je kind nog te jong is om dergelijke vragen te beantwoorden, kun jij ze ook voor je kind invullen. Bijvoorbeeld: ‘ik kan me voorstellen dat jij het niet zo leuk vond dat je niet mocht meedoen met het spelletje en dat je daar erg boos van werd, klopt dat?’

Tip 5: Zoek naar oplossingen

Als het verhaal geordend is en je kind meer inzicht heeft gekregen in waarom het gelopen is zoals het gelopen is, kunnen jullie samen op zoek naar oplossingen. Wat had je kind anders kunnen doen in die situatie? Of wat kan je kind in het algemeen doen in dit soort situaties? Het belangrijkste is dat je kind leert om zelf om te gaan met problemen. Geef je kind daarom de ruimte om zelf oplossingen te verzinnen. Je kunt je kind wel een beetje op weg helpen, maar zorg dat je kind het gevoel heeft zelf een oplossing verzonnen te hebben. Daarmee groeit het vertrouwen in zichzelf. Dat het in staat is om op een goede manier met lastige situaties om te gaan.

We hopen dat deze tips je geholpen hebben. Wil je meer weten of heb je nog vragen? Chat met ons! We denken graag met je mee.

MEER INFORMATIE