5 DO’S AND DON’TS BIJ HET OMGAAN MET DE BOOSHEID VAN JE KIND

Als jouw kind vaak boos wordt, ook om ogenschijnlijk kleine dingen, kun je als ouder behoorlijk radeloos worden. Het verpest de sfeer in huis, voor je kind is het zwaar telkens door die emotie te moeten gaan en voor jou wordt het misschien ook steeds lastiger om rustig te blijven. Of misschien merk je dat je confrontaties uit de weg gaat en niet meer zo consequent bent als je zou willen? In deze tippagina delen we 5 do’s and don’ts die je kunnen helpen op een goede manier om te gaan met de boosheid van je kind.

Tip 1: NIET verbieden, WEL normaliseren en doseren

Boos zijn is een hele normale emotie, die iedereen – jong en oud – weleens ervaart. Alleen kan het ene kind daar wat makkelijker mee omgaan dan het andere. Maar ook als jouw kind extreem boos kan worden, is het belangrijk deze emotie niet te verbieden. Het is goed dat je kind zich uit als het zich boos voelt. Het moet alleen leren dit op een andere manier te doen! Het beste is dus om je kind zijn boosheid niet te ontzeggen, maar wel uit te leggen dat het uiten van boosheid geen extreme vormen hoeft aan te nemen. Bijvoorbeeld: “je mag boos zijn, maar dat betekent niet dat je mag gaan gillen, slaan, schoppen of spullen kapot mag maken.” Maak samen afspraken over wat voor jullie beide wel een acceptabele manier is om boosheid te uiten. Communiceer hierover in een duidelijke ik-boodschap: “als je gooit met spullen, gaan ze kapot en daar word ik verdrietig van. Ik vind het fijn als je het de volgende keer tegen me komt zeggen als je weer zo boos wordt, dan kijken we samen hoe we dat kunnen oplossen.” 

Tip 2: Jonge kinderen NIET op de gang, WEL een time-out bij je in de buurt

Als je jonge kinderen na een woedeaanval een time-out geeft op de gang of hun kamer, bestaat het risico dat je kind daaruit opmaakt dat het er niet mag zijn met zijn boosheid. Hierdoor kan het zich afgewezen gaan voelen. Dit kan op termijn leiden tot meer negatief gedrag. Om te voorkomen dat je kind zich afgewezen gaat voelen door jouw time-out op zijn boosheid, is het beter je kind bij een time-out even op een rustige plek bij jou in de buurt neer te zetten.

Lees hier meer tips voor het omgaan met boosheid en woedeaanvallen van je peuter.

Tip 3: NIET sussen, WEL de boosheid benoemen

Vaak is de eerste reactie van volwassenen op boosheid (en andere emoties) bij kinderen, om te gaan sussen of afkappen. “Je hoeft niet zo boos te worden, zo erg is het nu ook weer niet!” We willen namelijk dat de boosheid zo snel mogelijk weggaat en dat het kind zich weer fijn voelt. Vaak werkt dit echter averechts, want je kind zal zich daardoor waarschijnlijk niet erkend en begrepen voelen in zijn gevoel en nog een tandje bijzetten. Beter dus om de boosheid van je kind te benoemen en ook te erkennen. Zeg bijvoorbeeld: ‘ik zie dat je heel boos bent. Het is ook niet leuk om te verliezen’. Niet alleen zal je kind zich daardoor begrepen en gezien voelen, en daardoor weer sneller uit die negatieve emotie kunnen stappen. Je helpt je kind op deze manier ook om woorden te geven aan zijn emoties en zichzelf daardoor beter te begrijpen.

Lees ook: 5 tips om je kind te leren omgaan met zijn boosheid.

Tip 4: NIET meteen willen praten, WEL je kind even de ruimte geven

Als je kind nog boos of onrustig is, heeft het geen zin om met je kind te gaan praten over het voorval of zijn gedrag. Je kind heeft er dan geen ruimte voor in z’n hoofd, waardoor praten ook niet zal helpen. Geef je kind dus de ruimte om zijn boosheid te uiten (op een acceptabele manier!) en ook de tijd om weer af te koelen en rustig te worden. Ga dan pas even rustig met je kind zitten om te bespreken wat er gebeurde. 

Tip 5: NIET toegeven, WEL rekening houden met lastige situaties voor je kind

Als jouw kind steeds erg boos wordt in bepaalde situaties, kan het verleidelijk zijn om je kind in die situaties gewoon z’n zin te geven om een uitbarsting te voorkomen. Daarmee geef je in feite een ‘beloning’ voor het negatieve gedrag, waarmee je het dus in stand houdt. Dat wil niet zeggen dat je helemaal geen rekening moet houden met situaties die je kind lastig vindt. In tegendeel! Het gaat erom dat je je kind helpt om op een goede manier met een moeilijke situatie om te gaan, in plaats van dat je de situatie ‘makkelijk’ maakt voor je kind. Raakt jouw kind bijvoorbeeld erg van slag als het moet stoppen met spelen om te gaan eten of slapen? Bied je kind dan extra structuur en overzicht. Wordt jouw kind vaak boos omdat het moeilijk om kan gaan met teleurstellingen? Wees dan begripvol en duidelijk. En voelt jouw kind zich snel aangevallen en reageert het dan met boosheid? Dan kan het helpen om als ouder heel duidelijk het verschil te maken tussen ‘kritiek’ op de persoon en ‘kritiek’ op het gedrag.

We hopen dat dit artikel je geholpen heeft. Wil je meer weten of heb je nog vragen? Chat met ons! We denken graag met je mee.

MEER INFORMATIE