DEPRESSIE BIJ TIENERS, EEN TOENEMEND PROBLEEM

In gesprek met Mark Meijer
In gesprek met Mark MeijerPreventiemedewerker Mondriaan

Steeds meer jongeren kampen met stemmingsproblematiek, zo vertelt preventiemedewerker Mark Meijer van Mondriaan. Op het Leeuwenborgh krijgen leerlingen in de sector Zorg en Welzijn sinds 2015 het programma ‘Happyles’ aangeboden. Ook op het Stella Maris College in Valkenburg werd vorig jaar gestart met een pilot voor de eerstejaars leerlingen. Happyles is een depressie preventieprogramma voor vmbo/mbo. In dit interview lees je meer over deze trend, hoe je als ouder stemmingsproblematiek bij je kind kan herkennen en wat je kunt doen als je dit vermoedt!

Wil je meer weten over de Happylessen, lees dan dit artikel.

Jongeren met een dip

“Stemmingsproblematiek bij jongeren is een toenemend probleem. Dat merken we niet alleen in ons werk met jongeren, maar dat blijkt ook uit de cijfers. Elke week hebben ongeveer 1 op de 5 jongeren een stevige dip. Bij 1 op de 10 jongeren blijft deze dip langere tijd aanwezig. Wie langere tijd in een dip zit, heeft een groter risico om een depressie te krijgen. Op jaarbasis heeft 1 op de 20 jongeren een depressie.”

Hoge eisen

“Hoe dat komt? Doorat de eisen die onze moderne samenleving aan jongeren stelt, behoorlijk zijn toegenomen ten opzichte van decennia geleden. Steeds meer jongeren krijgen te maken met gescheiden ouders, de online wereld is erbij gekomen, om maar eens wat te noemen. Dit vraagt veel van jongeren. Bovendien zijn de situaties die jongeren nu het hoofd moeten bieden veel ingewikkelder geworden.”

Een depressie herkennen

“De kenmerken van stemmingsproblematiek zijn niet zo eenduidig. Het belangrijkste is dus om als ouder alert te zijn op veranderingen in het gedrag en de stemming van je kind. Sommige jongeren met stemmingsproblematiek gedragen zich namelijk haast euforisch om het andere te verbloemen. Andere jongeren met stemmingsproblematiek zijn heel stil en teruggetrokken. Maar als dat de aard van je kind is, hoeft ‘stil en teruggetrokken zijn’ dus geen signaal te zijn voor stemmingsproblematiek. Als je kind altijd heel vrolijk was, kan het dat wel zijn! Of als je altijd een rustig kind had, dat nu opeens heel druk en uitgelaten is. Zeker als je dat niet kan rijmen met hoe het op dat moment allemaal loopt. Andere mogelijke signalen zijn dat je kind minder contact heeft met leeftijdsgenoten en zich terugtrekt in de online wereld. Ook veranderingen in de eetlust kunnen een signaal zijn. Of een verslechtering van schoolresultaten. Nogmaals; het hoeft geen depressie te zijn, maar het zijn wel dingen om als ouder zorg over te hebben. Zeker als je een combinatie van veranderingen merkt bij je kind.”

Het begint met aandacht

“Wat je kunt doen als je als ouder vermoedt dat je kind niet zo lekker in zijn/haar vel zit?”, herhaalt Mark de gestelde vraag. “In gesprek gaan met je kind! Dat lijken we wel eens te vergeten of verleerd te zijn. Je kunt als ouder natuurlijk niet verwachten dat er een goed gesprek op gang komt als jij of je kind met een half oog op het beeldscherm gericht is, als je vraagt hoe het met je kind gaat. En dat is wel wat er vaak gebeurt. Onze aandacht is tegenwoordig zo vluchtig! Dus mijn tip is ‘heb echte aandacht voor elkaar’. Door de dag heen en natuurlijk ook op moeilijke momenten.”

Praten met je kind

“Vraag je kind hoe het gaat en wat hem bezig houdt. Toon interesse in zijn/haar doen en laten. En natuurlijk hebben pubers doorgaans echt geen zin om uren met jou te praten over alles wat hen bezighoudt. De kunst is om daar een middenweg in te vinden. Je moet je kind wel dingen kunnen blijven vragen als ouder. Zeker als het vanuit oprechte interesse is, moet dat ook geen probleem zijn. Betrek je kind bij wat je doet en creëer op die manier ‘natuurlijke momenten’ om een gesprek te hebben samen. Vroeger leende de afwas zich daar bij uitstek voor, maar er zijn natuurlijk ook veel andere momenten denkbaar waarop dit kan.”

Maak het concreet

“En nog een tip: blijf niet te lang lopen met de zorgen die je hebt. Bespreek ze met je kind! En let er dan op dat je niet te vaag blijft. Benoem wat je concreet ziet en waar je je zorgen over maakt. Dat je de indruk hebt dat je kind de laatste dagen wat somber is, omdat het erg snauwerig is en geen grapje meer vanaf kan bijvoorbeeld. En zeg dan ook ‘dit en dat valt me op, wat is er?’ in plaats van ‘is er iets?’. Anders zegt je kind vast ‘nee’ en dan wordt het lastiger om het gesprek weer te openen.”

Bekijk samen wat nodig is

Bekijk in het gesprek met je kind samen wat er aan de hand is en wat zou kunnen helpen om dat probleem aan te pakken. Misschien heeft je kind het veel te druk met alle sociale contacten offline en online, het huiswerk, tijd voor zichzelf en hetgeen er in het gezin verwacht wordt. Bekijk hoe het anders kan en hoe jij je kind daar als ouder bij kan ondersteunen. En dan bedoel ik met ‘ondersteunen’ niet dat jij het probleem voor je kind gaat oplossen door bijvoorbeeld vrijstelling te geven van de huishoudelijke taken! Maar dat jij je kind helpt om zelf zijn probleem op te lossen. Door bijvoorbeeld samen een planning te maken of prioriteiten te stellen. Vraag aan je kind welke oplossingen het zelf ziet en draag bij aan de realisatie daarvan. Mochten de klachten daarmee niet verminderen, kun je als je je zorgen blijft maken naar de huisarts gaan.”

Lees ook: 9 tips om je tiener te leren beter met stress om te gaan.

MEER INFORMATIE