10 BELEMMERINGEN VOOR EEN HECHTE BAND MET JE JONGE KIND

De band tussen jou en je kind is niet statisch en is, onder invloed van de ontwikkeling van je kind of door gebeurtenissen in het gezin, aan veranderingen onderhevig. Deze band, ook wel gehechtigheidsrelatie genoemd, is een emotionele relatie die tussen jou en je kind wordt opgebouwd op basis van ervaringen in de interactie. Ieder jong kind richt zich op zijn ouders en zoekt bescherming en hulp. De wijze waarop ouders reageren, bepaalt de kwaliteit van de relatie tussen hen beiden. De relatie kan veilig of onveilig zijn voor het kind. In de eerste levensjaren van je kind kunnen er diverse risicofactoren en kwetsbare momenten zijn, waarbij jullie band onder druk kan komen te staan. De 10 belangrijkste belemmeringen voor een hechte band, lees je hier.

1: Een moeilijke start

Tegenwoordig weten we dat de eerste maanden (en zelfs de maanden voorafgaande aan de geboorte) heel belangrijk zijn voor een goede band tussen ouders en kind. Maar soms kun je een moeilijke start hebben met je kind. Je baby huilt veel en jij voelt je ongelukkig, want je kunt je kind niet goed ‘lezen’. Dit staat het opbouwen van een goede gehechtheidsrelatie in de weg.

2: Peuter(puber)tijd

Omgekeerd komt het ook voor dat een baby die veilig hecht aan zijn ouders en de ouders aan hem, in de peutertijd door de ouders ervaren wordt als een dwars kind. Ouders verzuchten: “Zo lief als ze eerst was, zo onhandelbaar is ze nu”. Dan kun je elkaar alsnog “kwijtraken” en de hechtingsrelatie lijdt daaronder.

3: Stress

Een veilige hechting vraagt om aandacht, beschikbaarheid en tijd van jou als ouder. Stress op welk vlak dan ook, kan ervoor zorgen dat er te weinig aandacht is voor het kind. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om werkgerelateerde stress, relatiestress, maar ook om stress door huisvestingsproblemen, financiële problemen, ruzies en conflicten in de familie, sterfte of (chronische) ziekte.

4: Overstimulering

Soms leggen we met onze verwachtingen en complimenten de lat erg hoog. Dat kan leiden tot het overstimuleren van onze kinderen. Kinderen ontwikkelen daardoor soms een onrealistisch zelfbeeld (ik ben beter, slimmer, creatiever dan anderen) of worden bang door al dat opgejut: ze raken zichzelf kwijt.

5: Overprotectie

Door de gevaren in onze samenleving kun je te beschermend zijn en je kind zo afhouden van nieuwe ervaringen. Je kind kan zich dan niet doorontwikkelen en geen praktijkervaring opdoen. Door overstimulering en overprotectie kan de ouder-kind band onvrij worden. De veilige hechting, die garant staat voor tevredenheid, wederzijds begrip en realistisch gevoel voor eigenwaarde, kan dan in het geding zijn.

6: Stoppen met borstvoeding

Je kind laat de borst los en als moeder laat je je unieke positie ten opzichte van je kind los. In plaats daarvan komen andere vormen van genegenheid. Helaas stoppen veel moeders door de slechte regelingen omtrent het geven van borstvoeding op het werk, abrupt of (te) snel met de borstvoeding, terwijl kind en moeder daar nog niet aan toe zijn. Te plotseling overstappen op fles- of vaste voeding, kan je baby maar ook jou onzeker maken en zo gevolgen hebben voor een veilige hechting.

7: Zindelijk worden

Een belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling van je kind is zindelijk worden. Soms kan rond het zindelijk worden, strijd ontstaan. Deze strijd kan schadelijk worden voor de onderlinge band.

8: Jongen of meisje

Doordat je kind zich op een bepaald moment bewust wordt van de eigen sekse, veranderen de verhoudingen in het gezin. Sekse-identiteit brengt met zich mee dat een kind zich bewust wordt van de sekse-identiteit van de ouders. Voor het hechtingsproces is het belangrijk dat je als ouder accepteert dat de band van je zoon of je dochter met mama anders gaat aanvoelen dan de band met papa.

9: Relatie ouders

Voor het hechtingsproces met je kind is het in het stadium van sekse-identiteit van groot belang dat je als ouders jullie relatie als liefdevol en hecht presenteren aan je kind. Je kind zal dan niet een rol van betekenis willen gaan spelen binnen jullie relatie. De veilige band met jullie ‘als steun in de rug’ draagt er toe bij dat je kind zijn energie gaat richten op contacten met leeftijdsgenoten. Voelt een kind zich niet veilig dan blijft het aan de vader en moeder ‘hangen’.

10: Een nieuw broertje of zusje

Een nieuwkomer in het gezin kan een veilige hechtingsrelatie onder druk zetten. Je oudere kind kan zich aan de kant gezet of ingewisseld voelen. Je kind kan reageren met klampgedrag of op onbewaakte ogenblikken de baby pijn doen, speelgoed afpakken en de baby wegduwen. De kern van zijn onzekerheid is: houdt mijn mama of papa nog van mij nu de nieuwe baby er is? Het vraagt om tact en wijsheid van jullie als ouders om je oudste kind door deze periode heen te loodsen. Wanneer je te negatief bent tegen de oudste over zijn onplezierige gedrag zal dit jullie hechtingsband schade berokkenen.

Gelukkig zijn kinderen flexibel en onprettige ervaringen of situaties zijn niet meteen blijvend van invloed op een veilige hechting. Vanuit een positieve levenshouding waarvoor de basis in de eerste jaren gelegd is, zullen nieuwe ervaringen en tegenslagen beter kunnen worden verwerkt. Kun je als ouder je kind een periode niet zo goed ‘lezen’, is hulp vragen een goede stap. Anderen begrijpen je kind vaak wel en zij kunnen je ogen weer openen voor je kind. Daardoor kun je weer beter beschikbaar zijn voor het kind en (meestal) sensitief, voorspelbaar en afgestemd reageren. De kans op het verder ontwikkelen van een veilige relatie tijdens het opgroeien wordt hierdoor vergroot. En… het perfecte kind bestaat niet, maar perfecte ouders gelukkig ook niet!

Bron: Stichting Kinderleven – De dynamische band.

We hopen dat dit artikel je geholpen heeft. Wil je meer weten of heb je nog vragen? Chat met ons! We denken graag met je mee.

MEER INFORMATIE