EEN GOEDE BAND MET JE KIND: DE BASIS VOOR EEN FIJNE TOEKOMST VOOR JE KIND ÈN JE GEZIN!

In gesprek met Paulien Kuipers
In gesprek met Paulien KuipersDirecteur en Kinderpsycholoog Stichting Kinderleven

Bij 35% van de kinderen is er sprake van een onveilige hechting oftewel band tussen ouder en kind. Schrikbarend veel! Paulien Kuipers van Stichting Kinderleven doet dan ook de oproep: “Als je je ongelukkig voelt met je baby, je de liefde niet voelt, blijf er dan niet mee zitten! Het kan verstrekkende gevolgen hebben voor jou en je kind!”

Onderzoek laat zien dat wanneer de band tussen een kind en zijn ouders/opvoeders in de eerste drie jaar niet optimaal gevormd is, dit van invloed is op de hersenontwikkeling van het kind. Het kind loopt dan een ontwikkelingsachterstand op, kan minder goed leren en blijkt vaak fysiek niet zo gezond. Maar ook voor de ouder heeft het consequenties als je geen goede band ontwikkelt met je kind. Je kunt je permanent ongelukkig en machteloos gaan voelen. Maar wat is hechting nu eigenlijk? En hoe weet je of er sprake is van onveilige hechting? En nog belangrijker: kun je er zelf iets aan doen? Wij vroegen het Paulien Kuipers, expert op het gebied van hechting.

Wat is hechting?

“Hechting is de band die je voelt met je kind. Deze band weeft zich zoals een breiwerkje door alle interacties, door de dag heen. Baby’s zoeken al vanaf het eerste moment na de geboorte de hechting. Door middel van hun gedrag zorgen ze er voor dat moeder reageert. Denk daarbij bijvoorbeeld aan huilen of glimlachen. Er ontstaat een wisselwerking: de baby glimlacht, moeder reageert, baby glimlacht nog meer, en zo gaat dat door. Zowel moeder als kind spelen dus een actieve rol in het hechtingsproces. Zo weeft zich een band, die kan heel stevig zijn of een ‘broddellap’ omdat de interacties niet zo goed lukken. Er ontstaat dus altijd een band. Of deze veilig of onveilig is, hangt af van de positieve matches in de interactie. En dat hangt weer af van het gevoel dat je voor elkaar hebt.”

Hoe kan er een onveilige band of hechting ontstaan?

“Heb je bijvoorbeeld een hele rottige bevalling gehad? Dan zit ook jouw pijn verweven bij het gevoel voor je kind. Deze pijn is niet gelijk weg en vergeten en kan een blokkade vormen voor het voelen van liefde voor je kind. Zo’n blokkade kan ook ontstaan bij bijvoorbeeld een ongewenst kind, een moeilijke zwangerschap, problemen in de partnerrelatie, een moeilijke jeugd van de ouders en andere stressfactoren zoals geldproblemen. Maar ook uitstel van het eerste contact vlak na de geboorte kan een factor zijn. Daarnaast kunnen er ook bij de baby factoren zijn waardoor het geen of ander hechtingsgedrag laat zien. Denk aan een lichamelijke, verstandelijke of andere beperking of bijvoorbeeld langdurige ziekenhuisopnames.”

Hoe merk je dat de band onveilig is?

“Je kunt dit merken bij jezelf als jij als ouder geen band voelt met je kind of als je geen liefde voelt voor je kind. Aan je kind kun je merken dat het zich of té veel vastklampt aan je, angstig is. Of het zoekt juist helemaal geen contact met je. Je kind kan ook heel wisselende reacties laten zien, van aanklampend gedrag tot paniek en afstoting.

Er is ook samen met de jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen van de consultatiebureaus een signaleringslijst ontwikkeld. Signalen op deze lijst zijn:

  • Je kindje niet zo goed vastpakken – ver van je af en niet dichtbij je.
  • Je baby eigenlijk niet echt zien, vooral over jezelf praten of letterlijk de baby vergeten te voeden.
  • Weinig vertrouwen hebben in de vitaliteit en groeikracht van je kind.
  • Overdréven bezorgd zijn, denken dat je kindje ernstig ziek is of zelfs dood gaat.
  • Bij een dreumes of peuter: alle gedrag van je kind op jezelf betrekken en negatief zien. Bijvoorbeeld ‘het kind wilt niet bij mij op schoot zitten, hij wil me niet en is dwars.’

Als je nu denkt ‘ik voel geen band met mijn kind’, kun je er dan zelf iets aan doen?

“Dit is heel moeilijk. Vaak zie ik dat ouders er erg verdrietig over zijn, als ze niet veel voelen of dat het niet zo voelt als ze zelf hebben gewild. Maar ze krijgen het niet anders. Dus juist daar is hulp bij nodig. Er is iemand van buitenaf nodig die de blokkade die er is, mee helpt oplossen zodat ‘je weg vrij is naar je baby’. Dat kan ik voor ze doen in vaak al een 1 gesprek van 20 minuten. Soms hebben ouders maar even hulp nodig. Je kunt ook bij je eigen consultatiebureau terecht.”

Kun je dit dan gewoon bij je bezoek aan het consultatiebureau melden?

“Ouders komen er bij het consultatiebureau vaak zelf mee. ‘Het valt me zo tegen’; ‘Ik zit niet op de roze wolk’; ‘Ik vind er van binnen eigenlijk niet zoveel aan.’ Dat gevoel kan niet met een pedagogisch advies opgelost worden. Eerst moet het akelige of boze gevoel bij jezelf weggenomen worden. Dit kan met hulp van de jeugdarts of jeugdverpleegkundige van het eigen consultatiebureau. Zij zijn door Stichting Kinderleven getraind in het 1 gespreksmodel.”

10 BELEMMERINGEN VOOR EEN HECHTE BAND MET JE JONGE KIND

Wat is Stichting Kinderleven nu precies?

“Er is een behandelcentrum voor ouders met hun jonge kinderen tussen de 0 en 4 jaar. Ouders die bezorgd zijn over de band met hun kind kunnen zich zelf aanmelden en hebben hiervoor geen verwijzing nodig van de huisarts. Na een aanmeldingsgesprek wordt er in één of meerdere consulten gewerkt aan een positief herstel van de ouder-kind relatie. Ook kun je je via onze website aanmelden of een vraag aan ons stellen. Er zijn ook moeder-babygroepen opgericht in samenwerking met Envida. In een klein groepje krijgen de moeders de gelegenheid om het ouderschap en de ontwikkeling van hun kind te bespreken met andere moeders. Zij leren meer van elkaars ervaring en de groep biedt hen sociaal contact en een netwerk met andere moeders.

Daarnaast is er een kenniscentrum, van hieruit worden de trainingen aan professionals gegeven. Zo zijn bijvoorbeeld alle jeugdverpleegkundigen en jeugdartsen in heel de provincie Limburg getraind in het signaleren, het gesprek aangaan met de ouders en het 1 gespreksmodel. Mocht er meer nodig zijn, vindt er doorverwijzing plaats naar de basis GGZ, zoals St. Kinderleven of Virenze. Ik start nu ook een trainingscyclus bij de NICU. Dit is de afdeling Neonatologie van het Maastricht UMC+, waarbij alle 85 verpleegkundigen 4 dagdelen geschoold worden. Weer een belangrijke stap, want door vroeggeboorte van je kindje raak je elkaar ook vaak echt kwijt.”

Wat maakte dat je Stichting Kinderleven hebt opgericht?

“Ik werd getriggerd door mijn werkervaringen in de hulpverlening. Ik ben in 2000 als zelfstandig gevestigde een eigen praktijk begonnen, na werkervaringen bij MKD, Riagg (nu Virenze) en de Kinderbescherming. Wat mij steeds opviel, ook in mijn eigen praktijk was dat er vooral ouders met kinderen tussen de 6 tot 12 jaar binnenkwamen. Deze ouders gaven aan ‘Er is geen land meer te bezeilen met mijn kind, doe er maar wat mee!’; ‘Wat heeft mijn kind: ADHD, PDD?’, maar ook ‘Toen mijn kind 2 was, dit en dat’; ‘Toen mijn kind 0 was, viel al op…’ en ‘In mijn zwangerschap was ik al zus en zo en misschien was ze ook eigenlijk niet zo gewenst’.

Ik concludeerde dat er dus al vroeg iets merkbaar was geweest. Rond de leeftijd van 8 jaar lijkt een eindpunt te zijn van een periode waarin zich steeds meer klachten ontwikkelen. Ik dacht we kunnen wel blijven dweilen met de kraan open, maar we kunnen ook iets in het begin gaan doen. Als preventie, zodat we kunnen voorkomen dat kinderen zo in nood komen dat ze allerlei vreselijk klachtgedrag moeten gaan vertonen. En dat ouders zich zo ellendig voelen. Daarom heb ik Stichting Kinderleven opgericht. Waarbij het gaat over samenleven in het gezin en hoe de interacties positief en veilig kunnen gaan ontwikkelen of onveilig. Een veilige of onveilige hechting.”

Was dit er nog niet?

“Nee. Wat ik miste in de hulpverlening, was dat het kind zo individueel bekeken werd, terwijl ik dacht het is een product van een gemeenschap. De problematiek kleefde heel erg aan het kind, terwijl de problematiek eigenlijk kleeft aan het gezin en aan de interacties. Dus ook niet alleen aan de ouders! En ik zag dat er vanuit de hulpverlening meestal ook twee antwoorden waren: het kind moet in therapie, krijgt medicatie en ouders worden dan als mede-hulpverleners in sessies ‘getrokken’ om te leren hoe zij beter met hun kind om kunnen gaan. Maar daarmee raak je niet aan de pijn van de ouders. Die eigenlijk voelen ‘Wat zit ik toch opgescheept met dit kind, waarvan ik geen hoogte kan krijgen.’

Ik heb gemerkt dat hulpverleners vaak de weg kwijt zijn van waar ze naar toe aan het werken zijn. Als we heel hard werken aan het individueel kind, hopen we dat het kind en ouders samen gelukkig worden. Vaak wordt geprobeerd dit te bereiken door het probleem van het kind in te dammen. Ik vind echter dat we als hulpverleners moeten gaan voor geluk in het gezin, gaan voor de maximale inspanning om ouder en kind in harmonie met elkaar te krijgen. Dan kom je op en heel ander hulpverleningstraject uit!”

Voorlichtingsfilm

Om het belang van een veilige hechting te benadrukken is er een voorlichtingsfilm gemaakt: ‘Een Kind! Over hechting in het eerste levensjaar’ In de film worden drie ouderparen die net bevallen zijn van hun eerste of tweede kind gevolgd. Aan bod komen het belang van aandacht en tijd, voorspelbaarheid, praten met je kind en het hanteren van frustraties. Ook vertellen de ouders over hun onzekerheden en de momenten wanneer het de eerste maanden niet zo goed gaat en wat je dan kunt doen. De film richt zich in de eerste plaats op ouders. Voor professionals die werken met ouders en hun jonge kinderen kan de film een welkome aanvulling zijn om ouders bewust te maken van het belang van een goede band met hun baby. De film duurt circa 30 minuten en is te bestellen via deze link.

Stichting Kinderleven
Wethouder van Caldenborghlaan 45, 6226 BS Maastricht
043 – 310 16 50 | 06 – 53 37 12 68
stichtingkinderleven@gmail.com
www.stichtingkinderleven.nl

MEER INFORMATIE