HERKEN JIJ DE LICHAAMSTAAL VAN JE BABY?

Je baby vertelt je al heel veel, niet met woorden maar met het lijfje. Dit noemen we lichaamstaal. Als je de signalen herkent, kun je toch al heel vroeg met je baby communiceren. Kijkt je kind je met een open, geïnteresseerde blik recht aan? Dan wil het contact met je maken. Slaat je baby de oogjes neer en draait hij of zij het hoofdje weg? Dan betekent het dat je baby vermoeid raakt of dat het een beetje te veel is. Wil jij ook de lichaamstaal van je baby leren herkennen? Wij zetten de belangrijkste signalen voor je op een rij!

Sprekende ogen

Via de ogen krijgen baby’s tal van indrukken binnen, soms zelfs verwarrend veel. Je pasgeboren baby kijkt je daarom vaak kort aan. Maar dan komt het moment dat je baby je toch vaker en langer gaat aankijken. Dan zul je zien dat je baby je met zijn of haar oogjes heel wat kan vertellen.

Volle blik: het echte aankijken betekent dat je baby contact wil maken en krijgen.
Een oogknip: betekent meestal een groet of herkenning van iets.
Naar iets in de omgeving kijken: je baby wil jouw aandacht vestigen op iets en vraagt of je mee wilt kijken.
Om zich heen kijken: je baby zoekt iets om zijn aandacht op te richten.
Neerslaan van de ogen: je baby raakt vermoeid.
Ogen blijven gesloten: de kin zakt daarbij op de borst. Dat betekent dat je baby niet meer met je wil ‘praten’.

Handjestaal

Al vanaf de geboorte kan je baby je met de handjes veel duidelijk maken. Kijk eens goed naar je baby, hoe liggen de handjes? Zijn ze ontspannen of liggen ze in een vuistje naast het hoofd? Zo kun je ook al in de eerste weken aan je kindje zien of het ontspannen of moe is.

Duimpje in een gespannen vuistje: betekent dat je baby zich hevig inspant. Als de nageltjes in de handpalm worden gedrukt is je baby boos of wil zich afsluiten voor nog meer indrukken.
Los knuistje: met de vingers los om de duim betekent rust (meestal bij slaap).
Ontspannen knuistje: met de duim naar buiten kan van alles betekenen, zowel afwachten wat er gaat komen als ook klaar zijn voor een spelletje.
Gestrekt gespreide vingertjes: je baby is in een schriktoestand. Het ging allemaal te snel of er is een plotselinge nieuwe indruk van iets opgedaan. Zijn de vingers minder gestrekt, dan is het een grijphandje.
Vuistje tegen het afgewende hoofdje: een duidelijk vermoeidheidsteken.
Geopend handje met ontspannen vingertjes: geeft aan dat je baby zich prettig voelt.

Lijfje

Armbewegingen zijn ook heel belangrijk. Heftig op en neer gaande armen bijvoorbeeld geven een bepaalde opwinding weer. Prettige opwinding is een aanwijzing dat de baby een spelletje wil beginnen. In zo’n situatie leert de baby het meest. Ligt je kind op de rug en gooit hij speels de billetjes omhoog en strekt zijn beentjes? Dan heeft je baby wel zin in een spelletje. De beentjes gestrekt of juist hoog opgetrokken, kan betekenen dat je kind last heeft van darmkrampjes. Spanningen in de rug kun je eveneens ‘verstaan’. Als de baby een holle rug trekt, betekent dat ongemak en angst. Een soepele houding daarentegen geeft aan dat de baby zich op z’n gemak voelt.

Slaapsignalen

Als je baby moe wordt, gaat hij niet van het één op andere moment huilen. Meestal gaat het zo: gapen, wegkijken of drukke ongecontroleerde bewegingen, jengelen en daarna huilen. Daarom wordt huilen ook wel een laat slaapsignaal genoemd. Signalen die eraan vooraf kunnen gaan, zijn:

  • Staren, ‘glazige’ blik (de jonge baby).
  • Grimas op het gezicht.
  • Gezicht in je borst begraven (de jonge baby).
  • Overstrekken.
  • Gapen.
  • Bleek worden.
  • Rode wangen of oren.
  • Friemelen aan de oren (de wat oudere baby).
  • In de ogen wrijven (de wat oudere baby).
  • Je niet meer aankijken.
  • Zich van je afwenden.
  • Jengelen.
  • ‘Druk’ doen.
  • Gebalde vuistjes.

(vroege) Hongersignalen

Alleen een uitgeruste baby zal deze (vroege) hongersignalen laten zien. Een oververmoeide of overprikkelde baby kan op een gegeven moment alleen nog maar huilen. Dan is het moeilijk om te in te schatten wanneer je baby honger heeft.

  • Smakgeluidjes maken.
  • Tong uitsteken.
  • Lipjes tuiten.
  • Sabbelen op de handjes of vingers.
  • Met de tong over de lipjes ‘likken’.
  • Zuigbewegingen maken met de tong.
  • Draaien met het hoofd (zoeken).

Slaap- en hongersignalen kunnen op elkaar lijken

Jonge baby’s hebben nog geen controle over hun lijfje. Hun bewegingen worden gedreven door automatische reflexen. Daarom kan het moeilijk zijn om te zien wanneer je baby nu precies moe is. Het duurt even voordat je de signalen herkent en ze niet meer verwart met krampjes of hongersignalen.

Aanvullende tips voor een goed contact tussen jou en je baby

Lichaamstaal tussen jou en je baby is bijzonder. Deze manier van communiceren biedt jullie de kans elkaar beter te leren kennen en te begrijpen. Als je goed kijkt naar je baby kun je herkennen welke manieren jouw baby gebruikt om je iets duidelijk te maken. Deze tips helpen je het contact tussen jou en je baby nog te verbeteren:

  • Probeer tijdens het contact maken met je baby de omgeving zo prikkelarm mogelijk te maken. Baby’s worden vaak afgeleid door ruis om zich heen.
  • Herhaal de klanken die je baby maakt, als bevestiging van ontvangst.
  • Probeer de afstand tussen jou en je baby zo klein mogelijk te houden.
  • Kijk je baby altijd aan tijdens een handeling zoals aan- en uitkleden, in badje doen, voeding geven. Door te praten, te zingen of te bewegen gaat je baby jou ook aankijken.
  • Het aanraken van je baby is ook heel belangrijk. Het geeft een vertrouwd gevoel, je bent bij hem.

We hopen dat dit artikel je geholpen heeft. Wil je meer weten of heb je nog vragen? Chat met ons! We denken graag met je mee.

MEER INFORMATIE